Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

395

ARTIKEL 199, 200.

niet zooals elders er aangedacht te zijn dat dit „op andere wijze" aanduidt dat ook het eerder genoemde dezelfde verijdeling oplevert en men dus de opsomming van verschillende wijzen had kunnen achterwege laten.

Elke handeling, waardoor het zegel is weggemaakt of ten gevolge waarvan het niet meer aan zijn bestemming beantwoordt, is nu strafbaar gesteld.

3. In verband met de zeer algemeene strekking van artikel 7 der Invoeringswet schijnt het verijdelen van de door een zegel bewerkte afsluiting zonder schending (verbreken, opheffen, beschadigen) van het zegel onstrafbaar te zijn gebleven, indien het geldt de „plombs of zegels" ter verzekering van in-, uit- en door-voerrechten en accijnzen gelegd krachtens de Algemeene wet van 26 Augustus 1822, Stbl. 38; zie artikel 155 dier wet.

4. De zegels moeten gelegd zijn door of van wege het bevoegde openbare gezag. Het sprak wel van zelf, en elders is het uitdrukkelijk gezegd, dat alleen van openbaar gezag sprake kan zijn waar het bevoegde gezag genoemd wordt, en het werkt daarom eenige verwondering dat de Minister van justitie kon toegeven aan de opmerking der Commissie van Rapporteurs, uit de Tweede Kamer, dat er nog wel een ander gezag kan zijn, bijv. besturen van particuliere vereenigingen, kerkeraden en dergehjke, waaraan bij dit artikel te denken ware, en haar wensch om in het artikel het woord „openbaar" in te lasschen heeft vervuld, niettegenstaande hij de opmerking weerlegde door naar de strekking van den titel in zijn geheel te verwijzen en voorzeker vestigde de Minister er niet ten onrechte de aandacht op dat uit de hier gedane bijvoeging allerminst het besluit mag worden getrokken dat nu in andere artikelen niet uitsluitend van het openbaar gezag sprake is.

5. De plaatsing van het woord opzettehjk, aldus Noyon in den vorigen druk, is onjuist; er behoefde z. i. volstrekt niet geëischt te worden dat de dader heeft gehandeld met het oog op een openbaar en een bevoegd gezag.

6. Over de straf zie ook artikel 202.

Artikel 200.

Hij die opzettelijk zaken, bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, akten, bescheiden of registers die voortdurend of tijdehjk op openbaar gezag bewaard worden,

Sluiten