Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

421

ARTIKEL 208.

van snoeien en aanvullen met een aan de munt vreemde zelfstandigheid, die gevaarlijker is dan het uithalen alleen, omdat zij aan de munt het vereischte gewicht geheel of gedeeltehjk teruggeeft en het bedrog dus moeilijker waarneembaar maakt1).

Vervalschen kan ook zijn het veranderen van den stempelafslag ten gevolge waarvan het opschrift een andere dan de werkelijke waarde aangeeft, wat trouwens wel zonder uitwerking zou blijven tenzij het gepaard ging met kleuren, het vergulden van bronzen of zilveren, het verzilveren van bronzen munt.

Het kleuren alleen is naar onze wet niet onder vervalschen te brengen. Daargelaten of het op zich zelf als vervalschen zou kunnen worden aangemerkt2), wat taalkundig bezien twijfelachtig is, heeft de wetgever het er niet onder willen begrijpen. Het ontwerp bevatte in artikel 357 een afzonderlijke bepaling waarbij het misdrijf onder bedrog (titel 25) was opgenomen. Dit artikel werd eerst gehandhaafd niettegenstaande een opmerking van den Raad van State *). En dat het ten slotte werd geschrapt was enkel het gevolg van de opmerking der Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer, dat het feit reeds valt onder de omschrijving van oplichting, niet van een gewijzigde meening omtrent den aard van het misdrijf 4); het kiemen blijft dus aan de toepasselijkheid van artikel 208 onttrokken.

Anders oordeelde de Hooge Raad met toepassing van artikel 216 ten aanzien van het kleuren van een rijwielmerk met het doel aan een merk van het vorige jaar het aanzien van dat van het loopende jaar te geven, omdat onder gewone omstandigheden de klem afdoende is 5).

Hierbij werd naar Noyons meening in den vorigen druk over het hoofd gezien dat artikel 1 der Rijwielbelastingwet van 20 Juni 1924, Stbl. 306, bepaalt dat het jaar waarvoor het belastingmerk geldig is daarop moet worden uitgedrukt, zoodat de klem, door den Minister van financiën bepaald, niet in de eerste plaats het kenmerk uitmaakt. Naar mijn meening levert dit geen argument tegen de gegeven beslissing op, zoolang reeds op grond van de kleur verwarring redehjker wijze mogehjk is. Bij munten zou ik dit niet zoo hcht aannemen als bij een rijwielmerk en zoo geeft het arrest ook naar mijn meening geen reden om de wetshistorisch aangewezen interpretatie voor ons artikel los te laten.

Niet gemotiveerd en niet begrijpelijk is de beslissing dat het

*) Vgl. Dr. C. Hoitsema in Tijdschrift voor strafrecht XVII, blz. 319 en volg.

2) Vgl. Hoitsema t. a. p. blz. 329.

3) Smidt n, eerste drnk 321, tweede drnk 234.

4) Smidt II, eerste drnk 517, tweede drnk 549.

6) Arrest van 2 November 1925, W. 11428, N. J. 1925, 1143.

Sluiten