Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

545

ARTIKEL 2516ÏS.

vrouw wordt opgewekt. Wanneer b.v. de man, die bij de verstoring belang heeft de vrouw onkundig laat van de mogelijke gevolgen eener voorgestelde behandeling, maar hem door dengene die de vrouw in behandeling neemt is te kennen gegeven (of bij hem de verwachting is opgewekt) dat een middel tot verstoring aangewend zal worden, dan is aan den eisch van het artikel voldaan.

De verwachting behoeft niet meer dan de mogehjkheid van verstoring van zwangerschap te betreffen1).

3. Het materieele element van het misdrijf is in behandeling nemen of een behandeling doen ondergaan. De eerste dezer uitdrukkingen is met opzet gekozen, in het bijzonder opdat er ook onder zou vallen het aanwijzen van een behandeling, die de vrouw op zich zelf kan toepassen2). Er is dan ook onder begrepen het verstrekken van middelen tot inwendig gebruik *).

Hier rijst de vraag of voor het plegen van het misdrijf noodig is dat de aanwijzing of de verstrekking aan de vrouw zelf gedaan wordt, dan of het voldoende is dat zij gegeven wordt aan iemand die ze te haren behoeve vraagt. Zij moet m. i. in laatstgenoemden zin beantwoord worden, omdat de wet niet onderscheidt; eenmaal aangenomen de door de woorden zelf niet rechtstreeks aangewezen maar daaraan toegekende beteekenis van in behandeling nemen bestaat voor het eischen van persoonlijk contact tusschen dader en betrokken vrouw geen reden4).

Het naast het in behandeling nemen genoemde doen ondergaan van een behandeling schijnt, indien men de eerste uitdrukking ook in haar natuurlijke beteekenis neemt, overtollig. De eerste is blijkens het voorafgaande zelfs ruimer.

De opneming is in de memorie van toehchting verklaard door den wensch om te voorkomen dat iemand door met helpers te werken zich tegen het gevaar van vervolging zou beveihgen. Het

J) Hooge Raad 27 April 1942, N. J. 1942 no 593

uS: N-ïïi1 st 1926, w-11546'N-1 1926'716 en 5 Feb™ri i934-

•) Hooge Raad 24 Juni 1912 (twee arresten), W. 9366 en 9367 ) Anders Hooge Raad 22 Maart 1926, W. 11507, N. J. 1926, 449, echter voor Ï1TÏ -TV* kSte WaS gele^ dat d« **«*ken vronw van de

ti lt Ar^^ie -*wte. Wanneer men dit zoo-mag opvat

scmim mlf d7 •W- r* b^°eft t6 WCten ^ '"-henkomst wordt ingeroepen, ü^rÜÏ Tv °e' Vr°nW Va" Wie no« bli*en »*»«* <>f J bereid

dat men haa °S ,f* * ^ ™* het «P-akgebrnxk niet,

^193^:7 Su^S £ *™ f~ ^ ^ " 26

Sluiten