Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL 2546ÏS.

558

spelen als whist onder alle omstandigheden tot hazardspel werden gemaakt, maar voorbijzag dat naar de omsclirijving van hazardspel de kans op winst in het algemeen, d. i. hoofdzakelijk van het toeval afhangt, wat bij een spel waarvoor bedrevenheid in de eerste plaats noodig is niet het geval is.

De Minister Nelissen meende nog dat onder zijn omschrijving ook zou vallen wat men wel beursspel noemt. Dit schijnt mij een illusie; het is noch spel noch weddenschap, en men wachte zich er voor bij uitlegging van de strafwet een soort van nieuwe overeenkomst, die van spel-en-weddenscbap, te crëeeren, zooals bij uitlegging van artikel 1825 Burgerlijk wetboek onder den invloed van het feit dat beide handehngen daar over één kam wordèn geschoren en niet nader gedefinieerd, te veel is gedaan, hoewel het artikel spreekt van de actie uit spel of uit weddenschap.

Soms is men met de qualificatie verlegen, en zegt dat iets is spel of weddenschap, ofschoon iéder weet dat dit twee verschiBende zaken zijn.

De meening dat het kenmerkende onderscheid tusschen spel en weddenschap eenerzijds, de overige kansovereenkomsten anderzijds, hierin bestaat dat de laatste strekken om een bestaand belang te beveiligen, de eerste een belang scheppen, mag de motiveering van artikel 1825 zijn, maar vindt voor de uitlegging geen steun in zijn bewoordingen, welke niet toelaten de beteekenis van spel en weddenschap buiten de natuurlijke grenzen der begrippen uit te breiden.

Spel is spelen, waarvoor actieve deelneming van partijen gevorderd wordt1), weddenschap is het stellen van een prijs op de juistheid eener tegengesproken en volgehouden meening *); aBe windhandel of beursspel is een kansovereenkomst die een leveringscontract tot grondslag heeft, al bevat zij bijzondere bepahngen omtrent de uitvoering.

Strafrechtelijk zijn intusschen krachtens uitdrukkelijke wetsbepaling aBe weddenschappen begrepen onder hazardspel. Veel toepassing zal de bepahng wel niet vinden, daar noch het aanbieden of geven van gelegenheid tot het aangaan van weddenschappen als bedrijf, noch het geven van gelegenheid tot wedden aan het publiek, noch het deelnemen aan wedden als bedrijf zich laat denken.

„Winst" zal men in het artikel ruim moeten opvatten. Zij kan

1) Gerechtshof Arnhem 10 Juni 1891, W". 6054.

2) Het schijnt mij niet juist het verschil van meening eenvoudig te onderstellen, zooals ne Hooge Raad deed bij arrest van 9 Juni 1899, W. 7296; men zou zóó elke koopovereenkomst op tijd als weddenschap kunnen beschouwen.

Sluiten