Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL 279.

72

minderjarige uit zich zelf het voornemen tot vlochten heeft opgevat dan wel door een ander daartoe gebracht is doet niet af tot de materieele elementen van het misdrijf.

De medewerking van den minderjarige kan ook niet beslissen; wie toestemming geeft tot zijn wegvoering zal ze wellicht mogelijk maken door de plaats, hem voor verblijf aangewezen, te verlaten; nu gaat het toch eigenlijk ook niet aan het misdrijf aanwezig te achten wanneer de dader zich in die plaats (het huis b.v.) begeven heeft en den minderjarige feitelijk heeft weggehaald, en niet wanneer deze het feit gemakkelijk heeft gemaakt door zich tot den buiten wachtende te begeven.

Het beslissende moment zal wel liggen in het feitelijk bewerken van de verwijdering en de feitelijke medewerking daartoe, zoodat hij die rechtstreeks medewerkt aan de ontvluchting van den minderjarige onder de strafbepaling valt even goed als hij die hem oplicht of weghaaltl).

De moeilijkheid ware te ontgaan geweest door een uitbreiding van het artikel in den geest van artikel 191 en artikel 367 (behulpzaam zijn bij zelfbevrijding). Uit de tegenstelling mag echter niet worden afgeleid dat hulp aan dengene die zich zelf onttrekt niet strafbaar zou zijn. Veeleer worde artikel 279 vergeleken met artikel 281 1°, waarin toch zeker ook begrepen is het geval dat de vrouw den schaker tegemoet komt en met hem samenwerkt. De plaatsing van beide artikelen in denzelfden titel geeft tot deze vergelijking en gelijkstelling gereede aanleiding.

Raad of overreding alleen zal echter niet voldoende zijn; als minimum is vereischt een handeling die de onttrekking mogelijk maakt of bevordert8).

3. Wettig gezag en opzicht, zie aanteekening 5 op artikel 253. Kan bij dat artikel een leemte geconstateerd worden, dezelfde omstandigheid, die bij dat artikel daartoe leidt, maakt dat artikel 279 van zeer wijde strekking is daar o.a. diegene der ouders, die niet het ouderlijke gezag uitoefent en wien het kind niet is toegewezen, behoort tot de personen die het misdrijf kunnen plegen*).

*) Zoo ook H. BUL Gerechtshof van Neö*. Indië 21 Febr. 1936, Ind. T. v. h. R. 143, blz. 480. Beperkter opvatting bij Simons II, no. 361 en Rb. Rotterdam, 30 September 1943, N. J. 1943, no. 62.

2) VgL Polenaar en Heemskerk, aanteekening 4; Rechtbank 's Gravenhage 12 November 1894, W. 6586.

8) Anders Smits in W. 11748. Als de tekst in een geval van presidiale beschikking bij een geding tot scheiding van tafel en bed, volgens welke het kind bij de moeder zon verblijven, Rb. 's Gravenhage 19 Maart 1934, N. J. 1934, 1017. De Rechtbank te Rotterdam, 20 April 1937, W. en N. J. 1938, no. 595, paste het artikel zelfs toe op een vader die het kind buiten het bereik van de gezinsvoogd

Sluiten