Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

95

ARTIKEL 285, 286, TITEL XIX.

het voornemen tot volvoering die er in vervat is, dat voornemen behoeft daarom niet te bestaan1).

Het is ook niet juist noodig dat het voornemen als vaststaande wordt te kennen gegeven; ook indien slechts (wat in het bijzonder bij bedreiging onder voorwaarde voorkomt) de mogelijkheid of waarschijnlijkheid in uitzicht gesteld wordt, bestaat het misdrijf, omdat daardoor reeds de vrees opgewekt, de vrjjheid belemmerd kan worden2).

7. Voor de bijkomende straf zie artikel 286.

Artikel 286.

Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 274—282 en in het tweede lid van artikel 285 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28 no. 1—4 vermelde rechten worden uitgesproken.

TITEL XLX.

MISDRIJVEN TEGEN HET LEVEN GERICHT.

i In afwijking van den Code . pénal maakt het wetboek in dezen titel vooral een scherpe onderscheiding tusschen het beoogde en het niet beoogde gevolg der handelingen.

Het opzettelijk iemand van het leven berooven is, met uitsluiting van elke handeling die de levensrooving als niet gewild gevolg heeft, het uitsluitende kenmerk van aUe misdrijven tegen het leven gericht. De mishandeling met niet bedoeld doodelijk gevolg, in den Code pénal vallende onder doodslag, is hier naar den titel van mishandeling verwezen.

De hoofdvorm van het misdrijf tegen het leven gericht is naar de woorden der memorie van toelichting de doodslag, het eenvoudige iemand het leven benemen; daaromheen scharen zich de gewijzigde vormen, de moord, de kinderdoodslag en kindermoord, de levensrooving op verzoek; onder het menschelijk leven is voorts begrepen dat van de ongeboren vrucht; eindelijk zijn daden van

*) Hooge Raad 27 Mei 1907, W. 8552 ; 25 November 1907, W. 8621; 9 Januari 1911, w". 9135; 18 Maart 1912, W. 9325.

(z Rechtbank Amsterdam (sine die) P. v. J. 1888, no. 121.

Sluiten