Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL 290, 291.

104

een ongewonen psychischen toestand verkeert. Deze bepaling is Voor ons wetboek minder bruikbaar omdat bet (wat bet Duitsche wetboek niet doet) de qualificatie van kinderdoodslag en kindermoord in verband brengt met de vrees voor ontdekking van de bevalling, en dan twee gevallen onderscheidt, dat waarin gehandeld wordt onder vrees voor ontdekking van de plaats hebbende of plaats gehad hebbende bevalling, en dat waarin gehandeld wordt volgens een onder de vrees voor ontdekking der aanstaande bevalling te voren genomen besluit.

Vermits nu dit besluit is genomen zonder invloed van den abnormalen psychischen toestand kan deze ook niet met de uitvoering in verband gebracht worden.

Dezen invloed der vrees erkennende zou de wetgever zich dus hebben kunnen onthouden van elke beperking in tijd, als eenigen eisch stellende dat werkelijk die vrees de handeling heeft bepaald. Maar hij zou daarmede toch feitelijk te ver zijn gegaan door een strafverlichting toe te kennen bijv. aan de moeder die, geruimen tijd de geboorte van haar kind verborgen gehouden hebbende, het doodt wanneer zij geen kans ziet langer het geheim te bewaren.

De rechtstreekse invloed van het feit der geboorte op de opvatting of de uitvoering van het besluit moet dus in aanmerking genomen worden; het tijdperk duurt daarom voort zoolang de moeder geen zorg aan het kind gewijd heeft; zoodra zij het zich aantrekt is de invloed van het feit der geboorte gebroken, en daarmede de vrees die het misdrijf lichter strafbaar doet zijn.

Bij deze uitlegging ontgaat men de moeilijkheid verbonden aan allerlei geringe verschillen van opvatting, o.a. ook voorkomende met betrekking tot het enfant nouveau né van den Code pénal.

Zij schijnt mij een oplossing te geven geheel in overeenstemming met de ratio der bepaling.

4. In culposen vorm komt het feit als afzonderlijk misdrijf niet in het wetboek vóór; het valt onder de algemeene bepaling van artikel 307. VgL aanteekening 1 op artikel 287.

5.. De kinderdoodslag wordt kindermoord wanneer onder de vrees voor de ontdekking van de bevalling reeds te voren het besluit tot dooden is opgevat. Hoe kort dit besluit ook aan de bevalling is voorafgegaan, het zal altijd het misdrijf tot kindermoord stempelen.

Al komen dus de namen der beide misdrijven overeen met die van de misdrijven in artikel 287 en 289 genoemd, het onderscheid is in werkelijkheid een ander dan het in deze artikelen gemaakte, daar het vooraf nemen van het besluit nog geenszins altijd met den voorbedachten raad gelijk staat; zie aanteekening 1 op artikel 289.

6. Hoe lang is de bevalling nog aanstaande?

Sluiten