Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL 329.

230

worden en maatregelen tegen eventueel bedrog beletten het misdrijf niet1).

Wanneer zal er dan poging rijn? Poging tot bedrog bij voltooide levering is onbestaanbaar. Zij zal dus bestaan in poging tot levering 2). ,

Poging begint alzoo met de eerste handeling waaruit de levering moet volgen, het afgeven tot bezorging, het verzenden, en zij eindigt zoodra ter beschikking of in het bezit van den kooper gesteld wordt.

2. In het eerste nummer wordt een scherp begrensd misdrijf strafbaar gesteld, het in de plaats van een bepaald aangegeven voorwerp iets anders stellen, bedrog dus in de identiteit. Daaronder valt niet het leveren van het eene exemplaar voor het andere, wanneer de voorwerpen alle gelijk zijn. Wie in een winkel een boek koopt, en daartoe een bepaald exemplaar in handen heeft gehad, kan niet zeggen bedrogen te zijn indien hem niet juist dat exemplaar geleverd wordt.

Of — in het geval van het tweede nummer — het geleverde grootere of kleinere waarde heeft dan het gekochte doet op zich zelf niet af; alleen zal bij levering van iets van grootere waarde maar van dezelfde soort veelal moeilijk het bedriegelijke van de handeling bewezen kunnen worden. De verkooper moet hebben willen bedriegen; vindt nu bevoordeeling in stede van benadeeling plaats dan zal dikwijls een andere reden dan het willen van bedrog de daad bepaald hebben.

3. Bedrog in de levering door den verkooper aan den kooper onderstelt een overeenkomst van koop en verkoop, en uitvoering daarvan3). Op grond hiervan werd als niet strafbaar naar dit artikel beschouwd de daad van een winkelier aan wien per brief manufacturen werden besteld en die aan den besteBer tegen rem-

i) Hooge Raad 28 Jannari 1901, W. 7559, vgl. W. 7522. Beding van garantie dn» de toepasselijkheid van het artikel niet nit; Hooge Baad 16 Jannari 1899, W 7234.

*) Men versta dus Polenaar en Heemskerk niet verkeerd wanneer zij in aanteekening 3 ten opzichte van het sub 2° genoemde feit het artikel wfflen lezen alsof er stond: de verkooper die goederen, welke in hoedanigheid enz. van de volgens de overeenkomst verwachte verschillen, door den verkooper doet accep-

teeBlö'kens hun uitspraak dat èr poging is wanneer het bedrog uitkomt voordat de levering heeft plaats gevonden, bedoelen zij met doen accepteren, met doen goedkeuren van de levering, maar het goed aan den verkoper overleveren.

S) Het bedrog betreft dus niet het verkochte of te verkoopen goed, maarnoot betreffen het geleverde; Hooge Raad* October 1917, W. 10164, N. J. 1917, 1069.

Sluiten