Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL 330, 331.

240

1865, StbL 61), noch nit artikel 30 dezer wet mag worden afgeleid dat niet buiten het daar genoemde van geneesmiddelen gesproken kan worden; integendeel die artikelen spreken blijkbaar slechts van bepaald aangewezen tegenover andere geneesmiddelen x). Onder geneesmiddelen zijn voorts ook vergiften begrepen, voor zoover zij tot genezing worden aangewend. Ook de evengenoemde wet stelt ze niet tegenover elkander; terwijl zij de uitoefening van de artsenijbereidkunst bepaalt als het bereiden en tot geneeskundig doel afleveren van geneesmiddelen en zij in haar verdere bepalingen de regeling hiervan behelst, spreekt zij in het bijzonder van vergiften en begrijpt die daardoor onder artsenijen of geneesmiddelen, zoodat elk vergif geneesmiddel is voor zoover het aan het algemeen begrip van geneesmiddel beantwoordt.

9. De in het geval van artikel 338 bevoegde klager is de persoon aan wie verkocht, te koop aangeboden of geleverd is. Afgeleverd wordt aan hem wien het geleverde aangaat, of aan hem wien ten behoeve van dezen feitelijk wordt afgegeven. 10. Voor de bijkomende straf zie artikel 339.

Artikel 331.

Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren wordt gestraft de aannemer of de bouwmeester van eenig werk of de verkooper van bouwmaterialen, die bij de uitvoering van het werk of de levering der materialen eenige bedrieglijke handeling pleegt, ten gevolge waarvan de veiligheid van personen of goederen, of de veiligheid van den staat in tijd van oorlog kan worden in gevaar gebracht.

Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met het opzicht over het werk of over de levering der materialen belast, de bedrieglijke handeling opzettelijk toelaat.

1 Dit artikel heeft zijn ontstaan te danken aan den in de Tweede Kamer uitgesproken wensch naar strafbaarstelling van bedrog met materialen voor groote openbare werken gepleegd, waarvan openbare rampen het gevolg kunnen zijn; het is tevens dienstbaar gemaakt aan een aanvulling die reeds bn artikel 105 verlangd maar door den Minister van justitie geweigerd was. Het verlangen naar die aanvulling betrof meer bepaalddijk de bedriegelijke handelingen bij leverantiën aan vloot of leger, die thans behandeld worden in artikel 332; daarmede rijn nu de bednegehjke handelingen ten aanzien van materialen voor oorlogswerken gelijkgesteld.

-) VgL G. W. Bruinsma in W. 5412.

Sluiten