Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

335

ARTIKEL 371,

wetboek noodzakelijke wijziging van het Wetboek van strafvordering.

Maar toen bij de behandeling van de wijzigingswet aan de gedane toezegging herinnerd werd, verklaarde de toenmalige Minister het onderwerp, waarvan hij al het gewicht erkende, te zullen ter hand nemen zoodra het invoeringswerk zou zijn afgeloopen. Daarbij bleef het totdat de zaak bij artikel 100—102 en 114 van het nieuwe Wetboek van strafvordering geregeld werd.

Artikel 23 der wet op de brievenposterij van 15 April 1891, StbL 87, verbiedt in verband met? artikel 166 der Grondwet elk beslag op stukken aan de zorg der posterijen toevertrouwd, behoudens de gevallen bij .de wet omschreven. Bij gebreke van zoodanige voorschriften is elke uibeslagnenung verboden. Het verbod van artikel 23 geldt blijkens artikel 28 niet in geval van overtredingen van de Postwet zelf.

Voor telegrafische berichten is een dergelijk verbod niet geschreven; daarop zullen dus de bepalingen van het Wetboek van strafvordering toepasselijk rijn.

2. Nevens het in beslag nemen! is hier genoemd zich doen overleggen; onder de strafbepaling valt dus ook de daad van den ambtenaar die van de post of een telegraafinrichting uitlevering vordert zonder zich door eigen handeling van de stukken meester te maken.

3. Ambtenaar, zie aanteekening 9 op artikel 28—31, en artikel 84. Over de vraag of de ambtenaar met opzet zijn bevoegdheid overschreden moet hebben, zie aanteekening 4 op artikel 370.

4. De voorwerpen waarover het eerste Hd handelt zijn in de eerste plaats de opgenoemde stukken aan een openbare mstelling van vervoer toevertrouwd. De uitdrukking is algemeen, noodeloos algemeen voor den tegenwoordigen toestand die geen andere zoodanige inrichting kent dan de pesterij1). Dat met openbare instelüngen geen andere bedoeld rijn dan die welke van overheidswege bestaan, blijkt ook uit artikel 372 waarin van den ambtenaar eener zoodanige mstelling gesproken wordt. Onder die instellingen zouden nog kunnen vaflen bijv. staatsexploitatie van spoorwegen; de wet beperkt het vervoer toch niet tot brievenvervoer; echter kunnen

|) Zie Rechtbank Arnhem 13 October 1903, in appel bevestigd, W. 8019 De rechtbank overweegt uitdrukkelijk, dat de naam „openbare instelling van vervoer ook past voor de Nederlandsche Spoorwegen, maar dat uit de geschiedenis van het artikel (Smidt IU, 1ste druk, bis. 86 en volg.) ondubbelzinnig de bedoeling van beperking tot de posterijen blijkt.

Sluiten