Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

373

ARTIKEL 402.

Artikel 402.

De schipper van een Nederlandsch schip die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen of zoodanige bevoordeeling te bedekken, hetzij het schip verkoopt, hetzij geld opneemt op het schip, het scheepstoebehooren of den scheepsvoorraad, hetzij goederen van de lading of van den scheepsvoorraad verkoopt of verpandt, hetzij verdichte schaden of uitgaven in rekening brengt, hetzij niet zorgt dat aan boord de vereischte dagboeken overeenkomstig de wettelijke voorschriften worden gehouden, hetzij bij het verlaten van het schip niet zorgt voor het behond der scheepspapieren, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

1. De verplichtingen op het verzuim waarvan hier straf is gesteld zijn met uitzondering van de laatste, die haar eenigen grondslag in ons artikel vindt, den schipper opgelegd bij de artikelen 362, 365, 371, 348 Wetboek van koophandel. De strafrechtelijke aansprakelijkheid is echter beperkt tot het geval dat de schipper heeft gehandeld met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen of een wederrechtelijke bevoordeeling te bedekken.

Over het eerste oogmerk zie aanteekeningen 1—4 op artikel 317 en Deel I, blz. 7—ll1).

Het bedekken van een bevöordeeling betreft een bevoordeeling die reeds geschied is; indien de handeling moet strekken om een bevoordeeling door bedekking mogelijk te maken, is er oogmerk tot bevoordeeling.

Over verlaten van het schip zie aanteekening 1 op artikel 404.

2. Hier is niet bedoeld een toeëigening van het schip, die gestraft wordt volgens artikel 387, maar enkel een ongeoorloofde handeling ten aanzien van schip of toebehooren zonder onttrekking daarvan of van den koopprijs aan de eigenaren.

Scheepspapieren, zie de artikelen 347 en 348 van het Wetboek van Koophandel; het laatste artikel kent naast scheepspapieren nog boeken die er niet onder begrepen zijn en dan ook in artikel 470 Wetboek van strafrecht afzonderlijk genoemd worden.

4. Nederlandsch schip, zie aanteekening 2 op artikel 86.

5. Voor de bijkomende straf zie artikel 415.

*) Speciaal over dit artikel Riphagen, T. v. S. XLTJ (1932), bis. 151 en 153.

Sluiten