Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

399

ARTIKEL 418, 419.

commissaris, die echter op een ander standpunt staat dan dat waarop vroeger de rechtbank zich moest plaatsen daar hij slechts een onderzoek heeft in te stellen, hetwelk zich eventueel ook moet uitstrekken over het alsnog bekend maken van den naam des lastgevers waartoe de verdachte immers moet worden aangemaand. Vermits de aanmaning alzoo tot het onderzoek behoort, heeft de rechter commissaris niet de bevoegdheid het onderzoek te weigeren.

5. In tegenstelling met artikel 53 en 54 wordt hier niet gezegd door wien de bekendmaking gedaan moet worden; het zal ook hier de uitgever of de drukker moeten zijn, die er immers toe moet worden aangemaand, van weigering van een ander kan geen sprake zijn.

Ook hier ia de eerste aanmaning de fatale termijn; zie aanteekening 10 op artikel 53 en 54. Uit de redactie van artikel 418 en 419 mag toch niet worden afgeleid dat de uitgever of de drukker ook later nog, en wel tot aan de sluiting van het onderzoek in de terechtzitting, de bekendmaking mag doen omdat dan de dader of de lastgever bekend wordt. Ten eerste zou dan het geheele alternatief: de dader (of lastgever) niet bekend of niet op de eerste aanmaning bekend gemaakt, geen zin hebben; in de tweede plaats zou het onmogelijk zijn den uitgever of den drukker te dagvaarden, omdat zoo het bekend worden van den dader of den lastgever alsnog invloed kan hebben er nog geen misdrijf zou zijn. Ook in dit verband moet het misdrijf geacht worden voltooid te zijn wanneer bij onbekendheid van den dader de bekendmaking op de eerste aanmaning achterwege blijft*).

6. De in aanteekening 4 aanbevolen redactie heeft nog een groot voordeel boven de tegenwoordige.

Bekendmaken is meer dan het noemen van een willekeurigen naam, het is het aanwijzen van den werkelijken dader of lastgever. Maar de uitgever of de drukker behoeft niet te bewijzen dat hij de ware persoon heeft genoemd; hij is toch eerst strafbaar wanneer hij den waren naam niet heeft genoemd, dit element van strafbaarheid moet hem bewezen worden. Zoolang dus hem niet is aangetoond dat de opgegeven persoon de dader of de lastgever niet is, ontbreekt voor zijn misdrijf het bewijs. Ook in dit opzicht is aan de vervolging een taak opgelegd die veelal niet vervuld kan worden.

Aan de andere zijde zal de uitgever (bij drukker en lastgever zal dit minder voorkomen) niet bevrijd zijn wanneer hij als dader

*) Anders Polenaar en Heemskerk, aanteekening 5.

Sluiten