Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

455

ARTIKEL 4356ÏS.

ling der Ridders van Malta krachtens Koninklijk besluit van 19 Maart 1913, StbL 113.

2. Blijkens de bepalingen omtrent de territoriale werking der strafwet is het artikel aReen toepasselijk op feiten gepleegd binnen de grenzen des Rijks of daarbuiten aan boord van een Nederlandsch vaartuig, voor zoover den dienst op het slagveld betreft dus aBeen in geval van oorlog op Nederlandsch grondgebied gevoerd.

Voor dit geval is de bevoegdheid tot het voeren van naam of onderscheidingsteeken in de eerste plaats toegekend aan den miBtairen geneeskundigen dienst, wel te verstaan aan dien van den staat zeR. Die van het invallende leger is overigens niet aan onze strafwet onderworpen. ToepasseBjk is de strafbepaling weer op een vereeniging, behoorende tot een vreemd land, voor zoover aan deze niet is toegestaan in Nederland een naam of een onderscheidingsteeken overeenkomstig de bepalingen der conventie te voeren.

Voorts is de bevoegdheid niet toegekend aan den geneeskundigen dienst der marine, dan voor zooverre deze tijdelijk met den dienst bij het leger belast mocht zijn.

3. De bepaling geldt echter niet aBeen voor oorlog maar treft elk gebruik van naam of onderscheidingsteeken zonder in Nederland op wettelijk voorschrift gegrond recht.

Daarmede is in het bijzonder een einde gemaakt aan het gebruik van den naam Het Roode Kruis en van het bij het besluit van 1909 in overeenstemming met de conventie van Genève vastgestelde onderscheidingsteeken, onverschillig met welk doel.

Dit werd geconstateerd bij de memorie van antwoord op het verslag der Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer, waarbij bevestigend werd beantwoord de vraag of voortaan alle fabrikanten, drogisten, winkeliers belet zouden worden gebruik te maken van Roode-Krnis-emblemen op hun artikelen en verpakkingen *).

En ofschoon het niet bepaaldelijk is gezegd, zal ook het gebruik van uithangborden en dergelijke met het Roode Kruis verboden zijn; dit volgt uit de algemeene termen waarin het artikel ia vervat.

Voorts is het onverschillig of de naam of het onderscheidingsteeken gebruikt wordt in of buiten verband met den aard van verkochte artikelen of het bedrijf waarin men ze bezigt; ook te dien aanzien is geen onderscheid gemaakt.

Ook het bezigen van het Roode Kruis als handels- of fabrieksmerk is voortaan niet meer geoorloofd, zelfs niettegenstaande

») Handelingen der Tweede Kamer 1909/1910, Bijlagen no. 27.

Sluiten