Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

475

artikel 4Z7bü, 4Zlte.r.

Ook van toepassing van de betrokken bepalingen van dit artikel zal echter een legitimatie van hem die zegt van wege politie of justitie of het hoofd der plaatselijke politie te handelen noodig zijn; hij die den last geeft of de vordering doet dient toch aan te toonen dat hij daartoe het recht heeft, anders kan er geen overtreding zijn ook al zon later waar gemaakt kunnen worden dat het recht werkelijk bestond.

11. De last sub 6° en de vordering sub 7° genoemd moeten verstrekt worden door of van wege het hoofd der plaatselijke politie; zie daaromtrent aanteekening 8 op artikel 437.

Artikel 43>7ter.

De goud- of zilversmid, kashouder, horlogemaker, rijwielhandelaar, uitdrager, opkooper of tagrijn, die eenige verordening door den raad eener gemeente onder goedkeuring van gedeputeerde staten ter voorkoming van gevaar voor de begunstiging van misdrijven uitgevaardigd en afgekondigd, overtreedt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste twee duizend gulden.

Dezelfde straf wordt opgelegd aan hem die van opkoopen een beroep of eene gewoonte maakt, zonder daarvan te voren het hoofd der plaatselijke politie of een door dat hoofd aangewezen ambtenaar schriftelijk in kennis te hebben gesteld.

h Bij het eerste Bd van dit artikel is ondersteld de bevoegdheid van den gemeenteraad tot het geven van bijzondere voorschriften tot voorkoming van gevaar voor de begunstiging van nuadrijven, welke bevoegdheid staat nevens de eveneens onderstelde bevoegdheid betreffende het register, waarop de bepaling van artikel 437 sub 2° berust.

i^T/6 beoordecling van de wettigheid eener verordening als hier bedoeld is zal in de eerste plaats moeten worden beantwoord de vraag of zij in het algemeen binnen den kring der bevoegdheid van den gemeenteraad Bgt, en voorts of zij inderdaad het voorkomen van begunstiging van misdrijven kan betreffen.

üit den aard der zaak zal de gemeente slechts regels kunnen geven voor handelingen op haar gebied. Dit kan ontdmking gemakkehjk maken, indien niet het buiten dat gebied brengen op zichzelf verboden is x).

x) Vgl. Hooge Raad 25 November 1929, N. J. 1930, bis. 149, w". 12066.

Sluiten