Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

527

ARTIKEL 463. 464.

Dit stelsel kon bij de Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer geen bijval vinden; zij oordeelde dat het te ver ging en dat dikwijls moeilijk zou zijn uit te maken wat geheime regeeringsbescheiden zijn. 6

De bezwaren konden bRjkbaar naar de meening van den Minister van justitie met gelden ten aanzien van ambtenaren, waarom de bepaling werd overgebracht naar den titel van ambtsovertredingen en beperkt tot ambtenaren, die weten of moeten weten welke regeenngsbescheiden geheim zijn.

Het artikel zal nu overigens in den geest van de memorie van toelichting moeten worden uitgelegd.

De Minister achtte beperking tot stukken waarvan geheimhouding bevolen ia niet slechts onpraktisch maar ook onjuist omdat op die stukken artikel 272 van toepassing is. Dit geldt'echter aReen vl het openbaar maken; het maken van afschrift of uittreksel op zich zelf kan aReen onder artikel 463 vaHen, al kan het een voorbereiTt{ 272.P ^ dC mi8drijven van «rtikel 98, 102

2. Ambtenaar zie aanteekening 9 op artikel 27-31 en artikel 84; openbaar maken, zie aanteekening 1 op artikel 98.

Artikel 464.

Het hoofd van een gesticht, bestemd tol| opsluiting van veroordeelden, voorloopig aangehoudenen of gegijzelden, of van een rijksopvoedingsgesticht of krankzinnigengesticht, die iemand in het gesticht opneemt of houdt, zonder zich het bevel van de bevoegde macht of de rechterlijke uitspraak te hebben laten vertoonen, of die nalaat van deze opneming en van het bevel of de uitspraak op grond waarvan zij geschiedt, in zijne registers de vereischte inschrijving te doen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden.

1. In de eerste plaats is hier strafbaar gesteld het opnemen of opgenomen houden van iemand zonder vertooning va^neTneve! der bevoegde macht of de uitspraak des rechters.

Het opgenomen houden kan natuurlijk slechts strafbaar ziin in de gevallen waarin een nieuw bevel noodig i9 VOor verirrinfvan de opsluiting (zie de artikelen 59, 65 en 67 van hétrSÏÏh £ strafvordering en artikel 24 der K^Z^. ™

Zich laten vertoonen zal hier moeten worden opgevat in de bc

Sluiten