Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

529

ARTIKEL 465.

tweede lid en die van artikel 127 mondelinge verklaringen rijn, en onder geven dus doen of afleggen begrepen is. Maar Het artikel spreekt niet van bewijsstukken en verklaringen maar van bewijsstukken of verklaringen, en is daarom alleen toepasselijk op de verklaringen die in de plaats van bewijsstukken treden.

2. Onder de bewijsstukken ia er één van welks bestaan de ambtenaar van den burgerlijken stand geen vermoeden beboeft te hebben, nL dat van de ontbinding van een vorig huwelijk. ïntusschen atelt de wet de overlegging van dat bewijsstuk niet afhankelijk van eenige voorwaarde; indien het bestaat moet het worden overgelegd. De ambtenaar zal zich dus niet met vrucht kunnen beroepen op het enkele feit dat hem van een vroeger huwelijk niets bekend was, maar moeten aantoonen dat hij althans door navraag zich heeft trachten te vergewissen of er een vroeger huwelijk bestaan heeft

Hoe de ambtenaar die zonder opzet medewerkt tot bigamie ooit kan vallen onder artikel 465, zooals in de memorie van toelichting op artikel 379 wordt beweerd, ia niet duidelijk; dat artikel kan toch in dit opzicht alleen worden toegepast op het niet doen overleggen van een noodig bewijsstuk, dat is niet dat van het bestaan maar van de ontbinding van een vroeger huwelijk. Juist in het geval van bigamie bestaat dit bewijsstuk niet en kan het niet bestaan.

3. Bij artikel 379 deed de hoogleeraar de Vries opmerken dat, indien enkel bedoeld wordt de echt als burgerlijke of kerkeBjke handeling, niet van voltrekken maar van sluiten moet gesproken worden; voltrekken zou meer zien op den echt als feestelijke plechtigheid. Men gaf aan deze opmerking gevolg bij artikel 379, maar niet hier. Dit zal echter niet leiden tot atraffeloosheid van den ambtenaar op grond dat het bij het artikel gestelde geval niet kan voorkomen. Voltrekken is hier gebezigd in de beteekenis van sluiten en moet in die beteekenis worden opgevat.

4. Ambtenaar van den burgerlijken stand, zie aanteekening 1 op artikel 448 en 3 op artikel 466; laten geven, aanteekening 1 op artikel 464.

5. Ten gevolge van het vervallen der atrafbepating van artikel 137 Burgerlijk wetboek was ook de buitengewone bevoegdheid van den burgerlijken rechter tot kennisneming van overtredingen door den ambtenaar van den burgerlijken stand gepleegd opge-

Sluiten