Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

ACTE VAN INDEMNITEIT —

ADAMA VAN SCHELTEMA

van 1578 te Dordrecht bij. Kort daarop trok hij weer naar Friesland en werd, na enkele andere plaatsen te hebben gediend, 1582 predikant te Leeuwarden. Ook van tal van Friesche Synoden was Acronius lid en in het algemeen deed hij zeer veel ten bate van het kerkelijk leven in Friesland. Wegens strijd tusschen hem en zijn ambtgenoot Balckius verliet Acronius 1590 Leeuwarden en ging naar zijn oude gemeente Cornjum, welke standplaats hij 1598 verwisselde met Schiedam. Ook in Zuid-Holland was hij weder meer dan eens lid van de Synode. Acronius was een heftig bestrijder der Remonstranten en woonde als zoodanig de conferentie te 's Gravenhage in 1611 bij. Toen ten gevolge van de moeilijkheden een aantal kerken van de classis Schiedam als doleerende kerken een eigen classis vormden, was Acronius tot tweemaal voorzitter van die classis.

Acronius liet een aantal theologische geschriften na. Wij noemen een verklaring van den Heidelbergschen Catechismus, een verdediging van de rechten der kerken inzake kerkregeering en beroeping van predikanten, een paar bezwaarschriften tegen de benoeming van Vorstius tot hoogleeraar te Leiden, een bestrijding van de Doopsgezinden. [ 17.

Acte van Indemniteit. Dit was een bewijs van schadeloosstelling, uitgereikt in vroeger eeuwen aan belijdende lidmaten der Gereformeerde kerk. Bij vertrek uit de gemeente kregen onvermogende lidmaten, die niet meer in hun eerste jeugd verkeerden, op hun verzoek eene Acte van Indemniteit, welke zij op hunne nieuwe woonplaats moesten inleveren. De text van zoo'n acte luidt als volgt: „6 Maart 1770 naarA.vertrokken N.N. met N.N. syne huysvrou met acte van Indemniteit van deze woordelycke inhoud: .... en wanneer sy onverhoopt tot armoede mogten komen, vërpligten wy ons tot derselver behoorlyck onderhout, onder voorwaarde dat de politycke of Kerckelyke Opsienders der Gemeinte J. C te A., welcke deese Acte van Indemniteit vertoont sal worden, zig vërpligten, bij hetontfangen van deselve om een dergelyke acte te geven aan zoodanige, die van hun tot ons overkomen."

De kwestie, die tot het midden der 19e eeuw volgens verschillende kerkelijke archieven de gemoederen heeft beroerd, is later definitief geregeld mede door den invloed der betere armverzorging van overheidswege. Maar vroeger hield iedere gemeente hare eigen armen, ook al vertrokken zij, vandaar dat men van arme lieden geen attestatie accepteerde als zij tevens geen acte van indemniteit medebrachten, welke laatste dikwijls geweigerd werd af te geven, als b.v. aan luiaards. Op de jaarrekeningen zien wij hoe verschillende diaconieën de bedragen met elkaar verrekenden. f 56.

Activisme (Vlaamsch) is een beweging, welke in 1914 in de Vlaamsche gewesten onstaan is als voortzetting van het in Vlaanderen nooit verdwenen Orangisme. Die beweging werd oorspronkelijk geleid door Dr Eugeen van Oye, Prof. Willem de Vreese, Dr Borms.

In October 1914 stichtte Ds Domela NieuwenhuisNyegaard te Gent deze beweging als nationaal

jong-Vlaamsche Beweging met het doel een Vlaamschen staat op te richten, die zich meer en meer bij Nederland zou aansluiten. De Universiteit van Gent werd nu Nederlandse h in plaats van Fransch. Een besturend lichaam voor Vlaanderen werd opgericht (Raad van Vlaanderen). In 1917 werd de onafhankelijkheid van Vlaanderen (d.i. van de twee provincies Vlaanderen), Antwerpen, het grootste deel van Brabant met Brussel en Limburg uitgeroepen. Het meest belangrijke dagblad van deze beweging was aanvankelijk de Vlaamsche Post.

Na den wapenstilstand 11 Nov. 1918 werd deze beweging vogelvrij verklaard. De bovengenoemde mannen werden met nog 30 anderen ter dood veroordeeld. De meesten vluchtten. Dr Borms werd in de gevangenis geworpen en zijn doodstraf in levenslange opsluiting veranderd. 17 Januari 1929 werd hij na zijn verkiezing tot Kamerlid voor Antwerpen vrij gelaten.

Het Vlaamsch Activisme leeft nu nog voort als Vlaamsch Nationalistische partij en telt twaalf leden in het Parlement te Brussel. Onder de leiders dier Beweging zijn Borms, van Severen, Ward Hermans, Wiens Moens. Hun meest bekende bladen zijn de Schelde, de Vlag onder redactie Roza de Guchtenaere, Vlaanderen onder redactie van Professor Dr de Decker (men zie o. a. ook Het Land van Guido Gezelle door de bekende schrijfster H. S. S. Kuyper.)

Adaequaat, bijvoeglijk naamwoord (afgeleid van het Latijnsche werkwoord adaequare = gelijkmaken, effenen): gepast, overeenstemmend, volkomen, volledig.

Adama van Scneltema (Carcl Steven), geboren te Amsterdam in 1877, overleden 1924, was dichter en schrijver van groote bekendheid. Na een jeugd van veel zwerven — na zijn gymnasiumjaren was hij student in de medicijnen, acteur, bediende in een kunsthandel — vond hij rust in literairen arbeid. Aanvankelijk ging hij mee met de Nieuwe Gidsers, maar vrij spoedig kwam hij tot andere inzichten en werd zelfs hun tegenstander, gelijk blijkt uit zijn militant boek: De grondslagen eener nieuwere poëzie. Gekomen tot socialistische levensbeschouwing — minder in economisch-politieken dan in ideëelen zin — werd hij bij uitnemendheid de dichter van het socialisme, de man, dien het volk begreep (anders dan b.v. Gorter of Mevr. Roland Holst), die in gemakkelijke dictie, pittigen vorm, bij-de-hand liggende woorden, een fanatiseerend ■ rhytme over de gewenschte elementen van een voor ieder begrijpelijke verskunst beschikte. Toch is de eigenlijke Scheltema niet de heftige revolutionnair, die verzen als De Daad, Te Wapen, Waakt op Proletaren, 1 Mei hem doen schijnen, de auteur van hel-gekleurde en gevaarlijke passie-kunst. De ware Scheltema is een stille natuurbewonderaar, een dichter van even fijne visie als zeggenskracht, een „door en door Hollandsen, zangerig, gevoelig en blijmoedig mensch" (Scharten) en een echte humorist. Alszoodanig openbaarde hij zich in zijn vele bundels (Een weg van Verzen, Uit den dool, Eerste Oogst, Van Zon en Zomer, Zwerversverzen, Eenzame Liedjes, Uit Stilte en Strijd, Zingende Stemmen, De keerende kudde). En het is zeker

Sluiten