Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ASSER — ASSESSOR 1

33

zwaren van Ds S. P. Vermeer te Oudemirdum en Ds f. C. Brussaard te Bloemendaal (welke laatste in de Gereformeerde Kerken gebleven is). Op Vrijdag 29 October kon deze Synode, die veel aan den arbeid van mannen als Prof. Dr H. H. Kuyper en Prof. Dr J. Ridderbos te danken had, gesloten worden. —

De Synode van Assen heeft veel spanning in de Gereformeerde Kerken veroorzaakt; een stroom van brochures verscheen, de meeste van de zijde van Dr Geelkerken en zijn medestanders, terwijl de Synode, om haar beslissingen zoo zuiver mogelijk te belichten, een Open Brief tot de Kerken deed uitgaan, alsmede een Getuigenis, dat in de Kerken is voorgelezen. De kerkrechtelijke beslissingen van deze Synode deden de vraag rijzen, of de meerdere vergaderingen ook tuchtrecht bezaten, welke vraag door de Synode, en met name door Prof. Dr H. H. Kuyper werd verdedigd, doch door anderen bestreden. Ook vonden de dogmatische beslissingen niet bij ieder instemming, en het gevolg van haar besluiten is geweest, dat niet alleen in AmsterdamZuid, doch ook in andere plaatsen scheuring ontstond, en zich gevormd heeft een kerkengroep, die zich noemt „Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband", al draagt deze naam geen officieel karakter. — De Synode van Assen is voor de Gereformeerde Kerken van het grootste gewicht geweest, omdat het daar ging om de vraag, of inzake de belijdenis van het Schriftgezag de oude gereformeerde, schriftuurlijke opvatting zou gehandhaafd blijven of een nieuwe koers zou worden ingeslagen. „Het ging toch maar niet, aldus de Open Brief, om een „traditioneele opvatting", maar het ging om het gezag der Heilige Schrift." En de ontwikkeling der meeningen na de Synode van Assen heeft duidelijk in het licht gesteld, dat degenen, die door haar veroordeeld werden, van een anderen geest en ook van een andere Schriftopvatting zijn dan met de Gereformeerde Belijdenis in overeenstemming is. Zelfs is gebleken, dat ook ten opzichte van de kerk andere meeningen gepropageerd worden. — De Synode van Assen (1926) is gevolgd door de Generale Synode van Groningen (1927), die in al haar besluiten het „oordeel van Assen" heeft bekrachtigd, hoezeer ook van alle kanten, niet alleen van vrijzinnige maar zelfs van confessioneelHervormde zijde tegen deze Synode en haar besluiten geageerd en geopponeerd was. De Gereformeerde Kerken hebben aan deze felle bestrijding niet toegegeven en niets van haar standpunt laten varen. [ 21.

Asser (Tobias Mtcbaël Carel), Nederlandsch rechtsgeleerde en staatsman, geboren 1838, overleden 1913; studeerde te Amsterdam, promoveerde 1860 te Leiden op een proefschrift: Het bestuur der buitenlandsche betrekkingen volgens het Nederlandsch Staatsrecht, dat een aanwijzing is van zijn groote toekomst. In 1858 had hij zich reeds zeer bekend gemaakt door de met goud bekroonde beantwoording vaneen Leldsche prijsvraag over: Het staathuishoudkundig begrip der waarde.

In 1862 tot hoogleeraar aan het Athenaeum te Amsterdam benoemd, ging hij 1877 over naar de daaruit gevormde Amsterdamsche Universiteit.

Ene. VI

In 1875 was hij reeds benoemd tot Raad-adviseur van het Departement van Buitenlandsche zaken. In 1893 werd hij lid van den Raad van State. Van de commissie voor diplomatieke examens was hij sinds 1870 lid, sinds 1898 voorzitter. Zijn hoofdbeteekenis ligt op het gebied van het internationaal recht In 1869 reeds stichtte hij met G. Rolin Jacquemyns en J. Westlake de Revue de droit international et legislation comparée. En „als hij, op het eind van Augustus 1891, aan den juist opgetreden kabinetsformateur mr. Van Tienhoven in den tuin van diens villa aan den ouden Scheven ingsc hen weg voorstelt de internationale codificatie van het internationaal privaatrecht ter hand te nemen, en bij zijn oud-ambtgenoot van het Amsterdamsche Athenaeum een zoo vlotte bereidvaardigheid vindt als hij maar had durven droomen, dan teekent die overschoone dag een kéér in zijn bestaan." (Levensbericht in Jaarboek 1914 van de Koninklijke Academie van Wetenschappen door H. van Vollenhoven.)

Vier belangrijke conferenties over het internationaal privaatrecht in 1893,1894,1900 en 1904 te 's Hage gehouden, werden door Asser geleid, en ook de Haagsche conferenties van 1910 en 1912 inzake het wisselrecht werden door hem gepresideerd.

De internationale overeenkomsten, als vrucht van die conferenties tot stand gekomen, zijn aan zijn initiatief en zijn diplomatiek talent te danken. Ook als medewerker tot de internationale rechtsvorming op de Haagsche Vredesconferenties van 1899 en 1907 werd hij zeer gewaardeerd. Hij maakte dan ook deel uit van het Permanente Hof van Arbitrage en was als zoodanig meer dan eens als scheidsrechter werkzaam. In 1904werd hij minister van staat, de eenige in die waardigheid, die buiten het politieke leven in engeren zin stond. De universiteiten van Edinburgh, Bologna en Cambridge benoemden hem tot doctor honoris causa. [47.

Assessor (van het Latijnsche woord assidëre, bij iemand zitten) is bijzitter, helper; in het algemeen de naam van hen, die den voorzitter ter zijde staan. Op burgerlijk gebied, de naam van hen, die van 1815—1851 met den burgemeester het dagelijksch bestuur der gemeente (thans wethouders genoemd) uitmaakten (Woordenboek der Nederlandsche taal s.v.). Op kerkelijk terrein een helper of bijzitter van den praeses bij het leiden der vergadering. In de oudste redactie der Gereformeerde Kerkenordening van 1571 en 1578 wordt hij naast den praeses en scriba als derde lid van het moderamen der kerkelijke vergaderingen genoemd. In de redactie van de volgende synode, te Middelburg 1581, en ook in de latere redacties (zie Art. 32 Kerkenordening) is hij weggelaten, omdat hij niet voor alle vergaderingen noodig is. Een kerkeraadsvergadering, die maar enkele uren duurt kan wel zonder assessor. Bij afwezigheid van den praeses kan de vorige praeses, of de oudste (bekwaamste) ouderling hem wel vervangen. Maar bij classen en synoden, die een of meer dagen duren, is gewoonlijk wel een assessor noodig. Bij de Hervormde kerk is de assessor de bijzitter van den praeses in het Classicaal bestuur, die bij ontstentenis van den praeses

3

Sluiten