Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

ATHIAS - AUBIGNÉ

in diens plaats optreedt en bij zijn tusschentijdsche aftreding praeses wordt gedurende den tijd van zijn zitting; en op zijn beurt op dezelfde.wijze vervangen wordt door het oudste lid van het bestuur, „gerekend naar het aantal achtereenvolgende jaren, dat hij als lid van het bestuur zitting beeft" (Algemeen Reglement, Het Classicaal Bestuur, artt. 39,41,42,47). Voetius schrijft, dat de taak van den assessor volgens onze gewoonte hierin bestaat, dat hij den praeses tot herinnering en raad zij; en hem ingeve, wat er ingegeven moet worden; met hem beraadslage over de dingen, die te doen zijn, en over de orde en wijze derzelve; hem vervange, wanneer het gebeurt, dat hij afwezig is; en eindelijk volgens orde het eerst zijn stem formeert en uitbrengt, wat wel geformuleerd zijnde, somtijds van groot gewicht kan zijn voor een gelukkige uitvoering van de zaken {Pol. Eccl. IV, 201). [11.

Athias (J.). Jozef ben Abraham Athias, Hebreeuwsch boekdrukker en uitgever, geboren in Lissabon, gestorven 1700 in Amsterdam, zoon van den Marraan Abraham Athias, die in 1667 In Cordova verbrand werd.

Jozef Athias, die zijn jeugd in Hamburg doorbracht, vestigde zich omstreeks 1657 in Amsterdam en stichtte daar eene drukkerij, die hij, dank zij zijn rijkdom, tot een der best ingerichte van de stad maakte.

Naast een reeks van andere Hebreeuwsche werken, gaf hij eene uitgave van den Hebreeuwschen Bijbel (1661, 2e druk 1667), die zóó sierlijk en nauwkeurig verzorgd was (voor de correctie zorgde Prof. Joh. Leusden te Leiden), dat de Generale Staten hem er een gouden medaille met keten voor vereerden, terwijl hij werd opgenomen in het boekdrukkersgilde.

Literatuur: Steinschneider, Jüdische Typographie. J. S. Da Silva Rosa, Geschiedenis der Portugeesche Joden te Amsterdam. Amsterdam, 1925. [ 49.

Atlas. De naam Atlas duidt allereerst een wezen aan in de Grieksche mythologie, namelijk de Titanenzoon, die den hemel op zijn hoofd en handen draagt aan de Westersche einden der aarde. Plato spreekt van de zee, die de Atlantische heet, wijl de eerste koning den naam Atlas voerde. Men bemerkt hieruit, hoe de Grieken de verblijfplaats van Atlas voorstelden aan den Atlantischen Oceaan bij de Westelijke einden der aarde, dus in de nabijheid der Straat van Gibraltar. Die naam is daar ter plaatse overgebleven in het gebergte, dat den naam Atlas voert, het hooge gebergte in Marokko en

In 1595 verscheen te Duisburg een kaartenverzameling van den beroemden Vlaamschen rarWraaf derhard Mercator : de titel ervan was:

Atlas slve cosmographtcae medttatlone defabrtca mundi. Buitendien was op het titelblad de mythologische figuur van Atlas als drager van het hemelgewelf voorgesteld. Dit titelblad nu is aanleiding geworden, dat het woord Atlas de algemeene gebruikelijke naam is geworden voor een verzameling van hemel-, land- en zeekaarten, plattegronden van steden, kopergravures, astronomische-, chirurgische-, pathologische- en technische afbeeldingen. Zoo is er in Nederland

de belangrijke Atlas van Historieprenten van den Heer J. van Stolk Azn., een beroemde verzameling op dit gebied. De meest gangbare heteekenis van het woord Atlas is evenwel

Kaartenboek. [ 39.

Attlla, de laatste koning der Hunnen. Dezen hadden nadat zij den eersten stoot tot de volksverhuizing hadden gegeven (375), zich gevestigd i in de landen aan de Zwarte Zee, verdeeld in verschillende stammen onder eigen vorsten. Het gelukte den genialen Attila deze stammen te vereenigen en hen te doen oprukken tegen het Oost-Romeinsche rijk, 446 en 447. Hij drong door tot de Thermopylae in Griekenland. Den hoofdzetel van zijn rijk had hij verlegd naar de Hongaarsche laagvlakte. Vandaar trok hij met een geweldig leger van omstreeks een half millioen Hunnen, Slaven, Sarmaten en Germanen door Duitschland naar Gallië met de bedoeling het West-Romeinsche rijk aan te vallen. Hij plunderde op vreeselijke wijze de landen ten Noorden van de Loire en sloeg het beleg voor Orleans, dat zich dapper verdedigde. De Romeinsche veldheer Aëtius rukte met een leger Romeinen, West-Goten, Franken, Saksers en Alanen tot ontzet aan. Attila trok terug naar de Catalaunische velden aan de Marne, waar in 451 de beroemde volkerenslag geleverd werd, die eindigde met de nederlaag van Attila. Aëtius I maakte van deze overwinning geen gebruik. Attila trok naar Italië, waar hij Aquileja totaal verwoestte. Volgens de legende liet hij zich door

Paus Leo, aan wiens znae zien ae nemeiscne verschijning van den apostel Petrus met uitgetogen zwaard plaatste, bewegen niet tegen Rome op te trekken. Spoedig daarna stierf hij en werd hij op zeer luisterrijke wijze begraven. Met hem j ging zijn schepping, het Hunnenrijk, te gronde en verdwijnen de Hunnen uit de wereldge- ] schiedenis. [ 46.

Aubigné (Agrippa d*)» geboren te Pons in Saintonge, 1550; overleden 1630 te Genève. Een der meest representatieve figuren van de groote en harde zestiende eeuw. Van kindsbeen

af Calvinist, krijgsman en dichter. Hij is de trouwe, immer strijdbare, nimmer rustende wapenbroeder van Hendrik van Navarre. Maar als deze afvallig wordt ter wille van de Fransche kroon, zegt d'Aubigné de loopbaan der wapenen voor goed vaarwel. Al zijn droeve en schrikkelijke levenservaring, de vervolgingen, den burgeroorlog, de gruwelen van Amboise, Wassy, Jarnac, van den Sint-Bartholomeusnacht, den afval van zijn aangebeden vorst, zijn eenzaamheid, zijn ballingschap, het wangedrag van zijn ontaarden zoon, dat alles transponeert d'Aubigné in poëzie.

Les Traglques vormen zijn voornaamste dichtwerk, Het is een groot godsdienstig epos, dat in den hemel en op de aarde speelt. In de eerste twee zangen blijft de dichter op de aarde, maar in den derden neemt hij zijn vlucht hemelwaarts en daarna verbindt hij door een grootsche conceptie, die een Milton waardig zou zijn, alle volgende zangen onderling: God zelf wordt de groote protagonist, getuige en rechter van het wonderbare gebeuren dat hier beneden zich voltrekt.

Zoo daalt Hij in La Chambre dorée (3e zang)

Sluiten