Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BETHSAIDA - BEVOLKINGSVRAAGSTUK

63

noodzakelijk is; 3. door ondersteuning in geld of natura, zoowel aan moeders als kinderen, 't Ontbreekt deze Vereeniging bij haar zegenrijken arbeid niet aan waardeering en steun. In 1929 werden in het Tehuis (Prinsengracht 775) verpleegd 28 moeders, van wie 17, en 43 kinderen, van wie 21 in den loop des jaars weer vertrokken. Het Tehuis is voor belangstellenden Dinsdags- en Donderdagsnamiddag te bezichtigen. [ 20.

Bethsalda (Vereeniging). Deze vereeniging werd opgericht 5 November 1902. Ds. L. v. d. Valk was de eerste Voorzitter en Ds F. W. Sluyter was de eerste secretaris. Ds v. d. Valk werd opgevolgd door Ds J. J. Impeta en later door Ds W. H. Oosten.

„Bethsalda" zond elk jaar gedurende het vischseizoen een paar predikanten naar Lerwick. De zeilvloot bestond toen uit ongeveer500 schepen.

Eerst werd gepreekt in de Established Church, later in de St. Clemens' Church.

Er was in de „Hall" een soort van tijdelijk Tehuis waar men lectuur kon ontvangen, brieven kon schrijven, advies en raad kon komen vragen.

Ofschoon dit werk van meet af buitengewoon werd gewaardeerd, moest geleidelijk deze arbeid worden ingekrompen tengevolge van het feit, dat de vloot werd gemechaniseerd, zoodat vele zeilschepen werden omgebouwd tot motoren. Zoodoende werd het verblijf op zee korter en de correspondentie met het vaderland vlotter; het getal schepen, dat te Lerwick verbleef werd tenslotte zóó klein, dat de moeite en de kosten „Bethsaïda's" arbeid niet meer loonden, 't Laatst werd Ds Heida erheen uitgezonden (1928).

Intusschen werd op initiatief van Ds H. J. Heida te Vlaardingen een nieuwe tak van dit werk geëntameerd te Boulogne. Daarmee werd herfst 1925 een begin gemaakt. Van Boulogne verplaatste zich de basis al heel spoedig naar de bekende Fransche vluchthaven Dieppe. Tegenwoordig is deze kuststad de aangewezen haven voor verblijf op Zondag, en wanneer vanwege stormweder schuilplaats moet worden gezocht.

Een hotelzaal in het centrum op het drukste punt der stad (Hotel de la Paix, Place du Puits Salé) doet dienst als Tehuis. Dit Tehuis is steeds open; het wordt zeer druk bezocht op Zaterdagen en Zondagen, en overigens, ingeval ruw weder de visschers dwingt om „binnen" te blijven. Er wordt geregeld des Zaterdags en Zondags gepreekt; de overige avonden is er huiselijke gezelligheid. De verschillende personen, die hier de leiding hebben, wisselen elkander met de week af. Bovendien zijn er nog twee gediplomeerde zusters gestationneerd, die gedurende het seizoen te Dieppe verblijven, en die met behulp van de in de zaal aanwezige verbandkist zorg dragen voor de verwonden en verplegingsdienst doen in het Fransche Ziekenhuis, ingeval schepelingen daarin moeten worden opgenomen. Tendeze bestaat een contract met de directie van het „Höpital". De uitgaven Worden bestreden door samenwerking van „Bethsalda" met de „Vereeniging van Reeders" en met het „Nederlandsche Roode Kruis".

Voorts wordt door een speciale Commissie voor Lectuurverspreiding, bestaande uit Ds H. J.

Heida en Ds J. G. Feenstra, gezorgd voor lectuur op de schepen. Elk schip ontvangt een aanmerkelijk pakket geschriften mee, hetgeen door de visschers zeer wordt op prijs gesteld.

Mede door de bemoeiingen van „Bethsaïda" is te Dieppe een vice-consulaat gevestigd, speciaal met het oog op de belangen der visscherij.

Het bestuur van „Bethsalda** is aldus samengesteld: Ds N. Koers (Noordwijk aan Zee) Voorzitter; Ds J. G. Feenstra (Scheveningen) Secretaris ; Ds H. J. Heida (Vlaardingen) Penningmeester; Ds G. W. Akkerhuis (Maassluis); DsD. B. Hagenbeek (Vlaardingen); A. Muijs (Rotterdam).

„Bethsalda" verricht haar arbeid in medewerking met de z. g. „Zeekerken". [ 55.

Beukelman (Johannes), den 11 den Maart 1704 te Hoorn geboren, overleed te 's-Gravenhage den 17den Augustus 1757. Hij studeerde te Leiden in de theologie en werd den 9den October 1725 te Oost- en West-Blokker beroepen. Wegens zijn minderjarigheid werd echter deze roeping door een besluit van de Staten van Holland en West-Friesland gedesavoueerd. Achtereenvolgens werd hij nu predikant te Driehuizen (17 November 1726),te Alblasserdam (December 1728), te Zierikzee (1 Juni 1730), te Hoorn (16 Juni 1737), te Rotterdam (16 Maart 1749) en te 's-Gravenhage (4 October 1750).

Ds Beukelman is bekend geworden door zijn Verklaring van den Heidelbergschen Catechismus in 52 predikatiën en zijn talrijke predikatiën of leerredenen. [18.

Bevolkingsvraagstuk. Reeds in de oudheid hielden staatslieden en wijsgeeren zich met dit probleem bezig. Men.beschouwde het mede als een hoofdtaak van den Staat, om door wettelijke maatregelen een gezonde toeneming van de bevolking te bevorderen. De door Plato en Aristoteles aanbevolen maatregelen bedoelden eenerzijds een voldoend talrijke bevolking te waarborgen, andererzijds een overmatigen aanwas alsmede de vermeerdering van ongeschikte personen, die den Staat slechts tot last waren, tegen te gaan.

In Rome poogde Augustus door een ingrijpende huwelijkswetgeving op den loop der bevolking in te werken. Theoretische uiteenzettingen over het bevolkingsvraagstuk zijn ons echter uit de Romeinsche oudheid niet overgeleverd; evenmin uit de Middeleeuwen, toen men trouwens van de gedachte aan een stelselmatige overheidsbemoeiing met de bevolkingstoestanden in het algemeen nog ver was. Eerst sinds de 16e eeuw begon men de bevolkingsleer in systeem te brengen.

Het Mercantilisme (zie aldaar) ging uit van de veronderstelling, dat het bezit van edele metalen de hoofdbron van den rijkdom der staten was. Edele metalen nu werden door den handel met het buitenland, door het overschot van den uitvoer boven den invoer, in het land gebracht. Dit overschot verder werd niet zoo zeer door uitvoer van grondstoffen als wel door vervaardiging en uitvoer van fabrikaten verkregen. Daarvoor zocht men het grootst mogelijk getal geschikte arbeidskrachten te verkrijgen. De Staat moet daarom door wetgevende maatregelen de bevolkingsvermeerdering bevorderen.

Sluiten