Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEWAARSCHOOL

65

weer minder, de volksvermeerdering tegenwerken, kunnen in het algemeen in preventieve (voorkomende) en repressieve (beteugelende) belemmeringen onderscheiden worden.

Tot de preventieve belemmeringen behoort de bevrediging van de geslachtsdrift in het buitenechtelijk verkeer, waaruit geene of slechts weinige kinderen voortkomen, daartoe behoort als het aangewezen middel de zedelijke zelfbeperking of onthouding.

De repressieve belemmeringen zijn van zeer verschillenden aard, maar bevatten alle uit zonde of ellende voortvloeiende omstandigheden, die in meerdere of mindere mate er toe bijdragen, om de natuurlijke duur van het menschenleven te verkorten. Te noemen zijn alle ongezonde bezigheden, zware arbeid en diepe armoede, slechte kindervoeding, groote steden, allerlei buitensporigheden, de talloos vele gewone ziekten en epidemieën, oorlogen, pest.

Na deze uiteenzettingen houdt Malthus zich bezig met de gewichtige vraag: wat moet in de toekomst geschieden ? Hoe treden wij de noodtoestanden tegen, die hun oorzaak vinden in de neiging der bevolking, om zich meer uit te breiden dan de bestaansmiddelen toelaten?

Malthus beantwoordt deze vraag met de verwijzing naar de zedelijke verantwoordelijkheid van de afzonderlijke persoon. Natuurlijke en zedelijke kwalen, zoo schrijft hij, schijnen de werktuigen te zijn, waarvan de Godheid zich bedient, om ons te waarschuwen voor daden, die niet in overeenstemming zijn met onze natuur en ons geluk rooven. Als wij onmatig eten en drinken, bederven wij onze gezondheid; laten w]j ons door toorn meeslepen, dan zullen wij dingen doen, die wij later betreuren; vermeerderen de menschen te snel, dan sterven zij jammerlijk aan gebrek en ziekten. De onlust, die overlading veroorzaakt, de schade, die wij ons zelf en anderen door toorn berokkenen en de nadeelen, die wij door toenemende verarming lijden, dat alles zijn aanmaningen om de driften te beheerschen. Door preventieve belemmering, dat is door zedelijke onthouding, moet het evenwicht tusschen bevolking en bestaansmiddelen bewaard, respectievelijk hersteld worden. Deze zedelijke zelfbeperking staat bij Malthus in het middelpunt van zijn beschouwingen. Ongeregeld geslachtelijk verkeer, onnatuurlijke hartstochten, echtbreuk, verkeerde praktijkenter verheimelijking der gevolgen van ongeoorloofde geslachtelijke verhoudingen, het zijn wel preventieve belemmeringen, maar ze vallen ook voor Malthus alle onder het begrip ondeugd. Zedelijke onthouding en afzien van het huwelijk, tot men in staat is, een gezin te kunnen onderhouden en een volkomen reine wandel gedurende dien tijd zijn de door Malthus gestelde eischen.

Het geluk van het geheel moet het gevolg zijn van het geluk van den enkeling en bij dezen beginnen. Wie zijn plicht getrouw vervult, die zal daarvan de vrucht oogsten. Die plicht bestaat hierin: geen kinderen ter wereld te brengen, waarvoor de verwekker niet kan zorgen. Aan deze voor ieder geldende verplichting mag niet door een vérstrekkende armverzorging afbreuk worden gedaan. Daarom verlangde Malthus de

Ene. VI

geleidelijke afschaffing van de publieke armenzorg : slechts particuliere weldadigheid kan in bijzondere gevallen geduld worden. Iedere enkeling moet voor al zijn handelingen zich zijn volledige verantwoordelijkheid bewust zijn. Ieder is de smid van zijn eigen geluk.

Op grond van deze opvattingen moest Malthus, een hoofdvertegenwoordiger van het oeconomisch individualisme, niet slechts de bovengenoemde mercantilistische bevolkingswetten bestrijden, maar in het algemeen alle staatstusschenkomst op de meest besliste wijze veroordeelen. —

In theorie en praktijk heeft de leer van Malthus geweldigen invloed geoefend.

Verwierven zijn beschouwingen eenerzijds geestdriftige aanhangers, ze vonden anderzijds ook overtuigde tegenstanders.

Onder die bestrijders onderscheiden we een socialistische, een optimistische en een natuurwetenschappelijke richting.

Daar de socialisten ervan uitgaan, dat de veelvormige ellende van dezen, zoowel als van vroegeren tijd te herleiden is tot de verkeerde slechte en onrechtvaardige inrichtingen van de staats- en maatschappij-orde, dat evenwel al de menigvuldige misstanden zouden verdwenen zijn, zoodra slechts alles naar hun plannen werd georganiseerd, konden zij een belemmering van het menschelijk geluk, die in de menschelijke natuur zelf ligt, en zich dus steeds en overal moet laten gelden, niet aanvaarden. In den socialistischen staat is geen bevolkingsvraagstuk, het schrikbeeld van overbevolking bestaat slechts in een verkeerde, op concurrentie-worsteling rustende sociale wereld. Zoo dacht en denkt het meerendeel der socialisten.

De optimistische richting acht de door Malthus geuite vrees niet gegrond. Integendeel, zij is de overtuiging toegedaan, dat de oeconomische voortbrengingskracht van den mensch even sterk of nog sterker toeneemt als het getal der menschen. In hoeveel ook de vertegenwoordigers dezer richting verschillen, zij komen overeen in bun vertrouwen voor de toekomst.

De natuurwetenschappelijke richting gaat uit van de gedachte, dat bij toenemenden welstand het kindertal geringer wordt en meent op grond van bepaalde gegevens in het dierenrijk, een innerlijke samenhang tusschen de mate der voeding en de huwelijksvruchtbaarheid te moeten aannemen.

Voor onze kritiek en andere onderdeden van het bevolkingsvraagstuk zie men de artikelen Klassieke school, Malthus en Neo-Malthusiantsme. [ 47.

Bewaarschool. Oorspronkelijk zijn de bewaarscholen inrichtingen waar kleine kinderen slechts bewaard worden. Nog tot ongeveer het midden, en hier en daar zelfs tot het eind van de vorige eeuw, was de bewaarschool veelal een inrichting die door een dame of een vrouw uit het volk gedreven werd met de bedoeling de kinderen eenigen tijd zoet te houden. Door Fröbel (zie aldaar) kwam er in den toestand een belangrijke wending ten goede. De „Kindergarten" werden de plaats waar men de kinderen inderdaad opvoedde en waar zij zelfs voorbe-

5

Sluiten