Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

BYRON

Albanië, Noord-Griekenland, Klein Azië, (hij trok zwemmend den Bosporus over) en Constantinopel. Deze reis is van groote beteekenis geweest voor zijn literaire loopbaan. Hij begon zijn beroemden zang Chitde Harolds Pügrünage en ondervond van allerlei, dat stof opleverde voor zijn later werk. In 1811 teruggekeerd in Engeland, troffen hem verschillende sterf gevallen in zijn naaste omgeving, hetgeen zijn aangeboren zwaarmoedigheid vermeerderde (cf. Epistle to a Friend). Hij begon toen zijn eigenlijken literairen arbeid met de uitgave van Chitde Harold (dat groot succes oogstte omdat het zoo geheel overeenkwam met den smaak der groote wereld van zijn tijd) en de bewerking van zijn z.g.n. „dichtverhalen" (The Giaour, The bride of Abydos, The Corsair, The Siege of Corinth, Mazeppa en het bekendste en meest persoonlijke The Prisoner of Chitton) die zijn werk het uitgangspunt hebben gemaakt van een literaire richting. In 1815 huwde hij Miss Milbanke, maar dit ongelukkig huwelijk (stof voor veel geschrijf later, oa. van HarriotBeecherStowe) werd reeds in 1816 weer ontbonden. De daardoor algemeen zich openbarende tegenzin tegen hem, deed Byron andermaal het land verlaten. Hij zwierf door België, langs den Rijn, door Zwitserland, naar Genève, waar hij Shelley vond, die een tijdlang grooten invloed op hem had (waardeering voor Wordsworth, neiging tot het pantheïsme). Daarna maakte hij een tocht door de Alpen (waaraan herinnert zijn drama Manfred, een soort Faust-geschiedenis) en ging naar Venetië. In Venetië waar hij drie jaar vertoefde en zijn Don Juan begon, dat het beste van zijn geheele oeuvre wordt geacht, leidde hij een losbandig leven. Daar kwam hij in aanraking met gravin Guicioli, die een innige liefde voor hem opvatte en om hem van haar echtgenoot scheidde. (De

invloed van deze vrouw is merkbaar in zijn werk van deze jaren: The Prophecy of Dante, Stanzas to the Po). Om en met haar vertrok hij naar Ravenna, waar hij met haar familie zich inliet met de beweging der Carbonari, die de vrijmaking van Italië beoogde. Uit deze jaren dateeren Byrons Historische Tragoedieën (Marino Fattero, Doge of Venice, Sardanapalus, The Two Foscari, Caïn, Heaven and Earth), de dragers van zijn ideeën op religieus, politiek, sociaal gebied, die hem andermaal grooten roem verschaften. In 1823 ging hij naar Griekenland, geïnspireerd door den vrijheidsoorlog der Grieken. Hij nam actief deel aan de verdediging van Missolonghi en stierf aldaar in 1824, ziek geworden door het zeer ongunstige klimaat.

Byron is genoemd „de dichter der vertwijfeling". In zijn lyrische poëzie groeit van meet aan een donker pessimisme en een diepe verachting voor de menschen; in zijn satyrisch werk is hij hoonend en scherp; zijn dramatische gedichten zijn zwaar van desillusie. Altijd stootte zich zijn idealisme aan de harde werkelijkheid en het volslagen gebrek aan harmonie in zijn ziel deed hem in alles en overal een tragische disharmonie gevoelen. Ontevredenheid over zichzelf en anderen maakte hem bitter en deed hem alles zien als schijn: roem en eer, geloof, hoop en liefde. Maar de reflex van ideeën en gevoelens van den tijd, de bijzondere schoonheden van het werk in literair opzicht en de hooge artistieke waardij, gaven aan zijn poëzie een zeer bijzondere beteekenis en maakte haar uitgangspunt voor een bepaalde richting, die van het Byronlanisme, die een tijdlang de 19e eeuwsche literatuur met haar pessimisme en menschenhaat heeft beheerscht en zich met name ook in onze nationale letterkunde heeft doen gelden (Beets, Van der Hoop, Van Lennep, Hofdijk, e. a.). [ 45.

Sluiten