Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

126

CONCUBINAAT

Onder de volken van hooger beschaving was niet zelden het saamwonen van een man met andere vrouwen dan zijn wettige bij de wet geregeld, bij Egyptenaren, Babyloniërs, Assyriërs enz. Ook in den Bijbel vinden we verschillende regelingen aangegeven. De algemeenOostersche gewoonte dat een kinderlooze vrouw „gebouwd" wordt uit haar aan den man gegeven slavinnen, treffen we ook bij de patriarchen aan. Jacob lag onder een verbod andere vrouwen te nemen boven Labans dochters (Gen. 31 : 50). Gideon had vele vrouwen en kwam op deze wijze tot het getal van zeventig zonen (Rigt. 8 : 30). Ex. 21 : 7—10 stelt een beschermenden regel. Num. 31 : 9 en 18 wijst op de gewoonte om gevangen meisjes tot bijzitten te maken. Deut. 17 : 17 verbiedt den koning het vermenigvuldigen der vrouwen „opdat zijn hart niet afwijke"; desondanks volgden David, Salomo, Rehabeam enz. het voorbeeld der Oostersche monarchen na, wier rijkdom en weelde dikwerf naar het bezit van „vrouwen" afgemeten en beoordeeld werd. Nochtans blijkt uit verschillende trekken het ongewenschte van dergelijke toestanden (Gen. 16 : 4; 30 : 1; Deut. 21:15 v.v.; 1 Sam. 1 : 6 v.v.; 2 Sam. 16 : 21). De lof van de deugdelijke „huisvrouw" wordt voorts in verschillenden toonaard bezongen.

In Mohammedaansche landen mag de man vier vrouwen hebben en verder zoovele bijzitten als het hem lust. Voor haar gelden dan verschillende bepalingen; bijv. dat zij mogen zijn een mohammedaansche, joodsche of christin, maar niet een afgodendienares. Worden de kinderen door den vader erkend, dan genieten zij dezelfde voorrechten en erfrechten als de kinderen der ■ vrije vrouw; de moeder blijft bijzit, maar kan noch verkocht noch weggegeven worden, is vrij bij haars heeren dood enz.

Het concubinaat komt onder zeer vele volken der oude en nieuwe wereld voor en is onderworpen aan onderscheidene zeden en gewoonten en wettelijke bepalingen. De onderlinge jaloerschheid der vrouwen is daarbij een bron van niet eindigende twisten en onnoemelijk leed. Ook werden bij vele stammen in Zuid-Amerika en in Afrika en in Indië, zoowel vrouwen als concubinen bij den dood van den gemaal en heer op de eene of ander en wreede wijze, niet zelden op den brandstapel, ter dood gebracht. Het normale lot van de kinderen der concubinen was ook de staat van slaaf, zonder eenige rechten; zij werden gebruikt tot handenarbeid, voor geld verkocht enz.

Bij de Grieken was het concubinaat gegrond op slavernij. In Athene kon een wettig huwelijk alleen gesloten worden tusschen een burger en een burgeres, ofschoon het huwelijk met een vreemdetlng(e) op den duur ook werd toegestaan en erkend; kinderen uit zulke huwelijken werden, behoudens beperkende bepalingen, die nu eens wel, dan eens niet werden nageleefd, op de rollen der burgers ingeschreven. Maar met zijn slavinnen of andere vrouwen kon hij vrij samenleven; met een pallace, bijwijf; met een hetaira, bijzit. In Rome was de wetgeving strenger dan in Griekenland; de dienstmaagd, de slavin-bijzit kon niet de plaats innemen van

de Grieksche pallace. De uitdrukking: concubina en concubinatus (concubinaat) komt het eerst voor in de werken van Plautus, maar dan met 't oog op Grieksche toestanden.

Volgens het Romeinsche recht waren echt en concubinaat zóó onderscheiden, dat de kinderen der concubine niet als afstammelingen in volle rechten konden gelden. Het concubinaat was slechts geoorloofd aan de niet-gehuwden; naast de echtgenoote een concubine te houden, was verboden. Of het in den ouden Keizertijd geoorloofd was méér dan ééne concubine te houden, staat niet vast. Later vinden we zonder twijfel het zoogenaamde „monogamische" karakter van het wettelijk-begunstigde concubinaat. Strengere bepalingen in de huwelijkswetgeving, bijv. onder Augustus, werkten het voorkomen van concubinaat in de hand. Vooral voor den soldatenstand was het een zaak van hoog belang. Voor een groot deel van het leger was in de eerste eeuwen van den Keizertijd het huwelijk verboden. Bijzondere bepalingen moesten nu in 't leven worden geroepen met name voor de kinderen uit het soldatenconcubinaat gesproten.

Het Christendom oefende grooten invloed uit op den rechtsstaat van zulke kinderen, die in 't nieuwste Romeinsche recht liberi naturales, natuurlijke kinderen, heeten. Het oudere recht had de kinderen eener concubine van andere kinderen, buiten echt geboren, niet onderscheiden. Het Christendom daarentegen joeg twee doeleinden na, waarbij botsing van belangen nauwelijks uitblijven kon. In zooverre de kerk streed voor verheffing van het zedelijk peil des volks, leidde dit tot veroordeeling van het concubinaat en neerdrukken van den staat van kinderen, er uit geboren, terwijl de zorg voor armen en ellendigen meebracht dat men zich voor zulke kinderen interesseerde. Men poogde uit deze moeilijkheid uit te komen in dier voege dat de wetgeving van Justinlanus, al bleef het concubinaat ais zoodanig onder zedelijke veroordeeling liggen, toch den kinderen, er uit gesproten, het aanspraak kunnen maken op onderhoud en erfrecht schonk. Door Leo Philosophus werd het concubinaat verboden.

Evenwel bleef het een moeilijke ^trijd. Met name ten aanzien van de geestelijken. Toen het hun verboden werd te huwen, werd het spoedig noodig ze evenzeer te verbieden in concubinaat te leven. Onderscheidene verboden met strenge strafbepalingen werden dan ook in deze richting uitgevaardigd. Niettemin was in de middeleeuwen het concubinaat van priesters in alle landen, in 't bijzonder in Spanje, Hongarije, Duitschland en Engeland, een zeer gewone zaak. Zeer vele uitstekende geestelijken waren, met name in Engeland, zonen van geestelijken. In de eerste helft van de 14e eeuw verklaarde een Portugeesche bisschop dat de Portugeesche geestelijkheid vrijwel in haar geheel in concubinaat leefde en dat de kinderen, uit dezen omgang gesproten, bijna even talrijk waren als de kinderen der leeken. Aan den vooravond der Reformatie was het concubinaat der priesters een rijke bron van inkomsten voor de bisschoppen, die voor eiken zoon, aan een priester geboren, vijf gulden ontvingen. Voor de leeken beschouwt Rome het

Sluiten