Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DIALECTIEK — DIDACTIEK

145

lijksche Diaconale Conferentie te constitueeren.

Zoolang de kerkelijke scheidsmuren niet gevallen waren, bleven de kerken uit de Scheiding en die uit de Doleantie natuurlijk ieder op haar diaconaal terrein arbeiden. Toch rekende men met elkanders arbeid en besprekingen. Zooverklaarde het Diaconaal Congres o.a.: „Correspondentie zoeken met de diaconie der Christelijke Gereformeerde Gemeente, voor zoover op hetzelfde terrein gearbeid wordt, acht het Congres even wenschelijk als het zoeken van vereeniging in kerkregeering." Wederkeerig werd van Christelijke Gereformeerde zijde reeds op de le Centrale Diaconale Conferentie bij herhaling op het gesprokene van het Diaconaal Congres gewezen. En nauwelijks waren de kerken uit de Afscheiding en die uit de Doleantie vereenigd, of op de 5de Conferentie, 15 September 1892 te Utrecht, kwamen voor het eerst de diakenen der vroegere Christelijke Gereformeerde kerk en die der Nederduitsche Gereformeerde kerken als ambtsdragers van de Gereformeerde kerken samen. Sinds werd de studie van het diaconaat almeer verdiept en de praktijk van het diakenambt al ernstiger aan den eisch van Gods Woord getoetst. Daarvan getuigen de centrale diaconale conferenties tot op den huldigen dag. Uit de meer en meer gevoelde behoefte aan een eigen orgaan ontstond in Januari 1903 net Diaconaal Correspondentieblad. In 1908 verscheen een Handboek voor het Diaconaat; in 1929 ter gelegenheid van de 40ste Centrale Diaconale Conferentie een nieuw Diaconaal Handboek. Naast de Centrale worden er ook telkens Provinciale Diaconale Conferenties gehouden.

Ook vanwege de Federatie van Diaconieën in de Ned. Herv. kerk worden er in de laatste jaren diaconale conferenties gehouden. [ 30.

Dialectiek is de kunst om het woord te voeren en dit te doen op zoodanige wijze, dat het spreken beantwoordt aan de regelen van de welsprekendheid, die door logica en rhetorica worden gesteld. Ook komt het woord voor in de ongunstige beteekenis van de kunst om anderen gemakkelijk tot zijn overtuiging over te halen door gebruikmaking van kunstgrepen en door het aanvoeren van bewijzen, waartegen op het oogenblik niets te zeggen valt, maar die bij onderzoek blijken zullen schijnbewijzen te zijn. In de wijsbegeerte beteekent dialectiek het voortschrijdende denken, d. w. z. het in den weg van redeneering naar logische wetten trachten te bereiken van de totaliteit, het door redeneering komen van het relatieve tot het absolute, het denkend opklimmen van het voorwaardelijke tot het onvoorwaardelijke. Dialectiek is bruikbaar en goed, wanneer de redeneering uitgaat van en steeds verband houdt met de werkelijkheid ; ze is echter af te keuren en wordt een leeg hersenspinsel wanneer zij zich al verder verwijdert van het werkelijk gegevene en ten slotte, los van de realiteit, zóó redeneert en speculeert, alsof de begrippen zelf de werkelijkheid waren. Zulk een dialectiek, hetzij ze aangewend werd door den Eleaat Zeno of door Hegel, is vruchteloos en ijdel. [ 14.

Dickens (Charles), (Landport 1812; f 1870, Gad's Hill). Engelsch romanschrijver wiens schier

Ene. VI

ongeëvenaarde populariteit zich uitstrekt ver buiten de grenzen van zijn vaderland.

Dickens is de geboren romancier. Zijn immer werkende en steeds vruchtbare fantasie doet hem leven, en zich zelf verliezen te midden der figuren welken hij het aanzijn geeft. Het is bekend dat hij veertien dagen ziek is geweest, nadat hij op aandringen van zijn uitgever, zich had laten overhalen om zijn Nelly te laten sterven. Dickens schept zijn personen, voorziet ze van een karakter dat, naar den trant van zijn tijd, uitgesproken goed of geprononceerd slecht is, en laat ze met en tegen elkander leven ongeveer luk raak, maar toch altijd zoo dat de hoofdfiguren door tal van booze avonturen heen, komen tot een behoorlijke mate van aardsch geluk. Zijn eigen, door armoede en onverstand versomberde, jeugd weerspiegelt zich in de rampen en tegenspoeden waarvan zijn figuren de speelbal zijn, en het ingeboren optimisme van den auteur vindt zijn vertolking in het gelukkig einde. In de intrige verwerkt Dickens twee of drie tendenzen: zijn humor gebruikt hij om de belachelijkheid der wet op verbroken trouwbeloften aan te toonen; met innig en diep gevoeld mededoogen getuigt hij tegen heerschende misstanden op onderwijsgebied; alle gezindten die buiten de Staatskerk omgaan, laat hij zien als verzamelingen van huichelaars en kwezels. Zijn best geslaagde roman is die waarin hij zijn eigen leven vertelt: David Copperfleld.

Dickens komt na tal van mislukkingen in de journalistiek terecht. Hij is dan negentien jaar en schrijft de parlementaire kronieken van de Morning Herald. Hij plaatst in The monthly Magazine een aantal novellen onder den titel van Sketches by Boz. (Boz was de kinderlijke vervorming van Mozes, waarmede een van zijn broers, in 't gezin, aangesproken werd.) Het debiet dat deze schetsen hebben, moedigt hem aan tot de afzonderlijke uitgave van de Pickwick Papers, wier onmetelijk succes eerst begint bij de verschijning van de figuur van Sam Weller. De Pickwick Papers verschenen, evenals al zijn latere romans zullen verschijnen, bij afleveringen, welke hij dikwijls uitgaf, vóór dat hij het verhaal in zijn geheel gereed had. Deze omstandigheid verklaart veelszins de slechte compositie van de meeste der romans van Dickens. Master Humphry 's clock verscheen van 4 April 1840 tot 27 November 1841 in acht-en-tachtig weeknummers. Naderhand bleken het twee romans te zijn: The old Curiosity Shop en Barnaby Rudge. Pickwick verschijnt in den loop van 1835, Oltver Twist in 1838, Nicholas Nickleby in 't zelfde jaar, The old Curiosity Shop in 1840, Barnaby Rudge in 1841, Martin Chuzzlewit in 1843. The Christmas carol in 1844, Dombey and Son en David Copperfleld in 1846, Bleak House in 1852, Hard ttmes in 1854, Little Dorrit in 1855, The taleof two ctttes en Great Expectatlons in 1859, AU the year roundin 1860, Our mutualfrtendin 1864. [ 50.

Didactiek. De didactiek is een onderdeel van de paedagoglek. Ze is de wetenschappelijke theorie omtrent de beste methode van onderwijsgeven. We onderschelden algemeene didactiek, die algemeene theoretische regels voor het doceeren opstelt, en de speciale didactiek, welke

10

Sluiten