Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ETHIOPIË - EUROPA

159

Denen, Duitschers, Zweden hebben er om gestreden, totdat Gustaaf Adolf het bij hetZweedsche rijk voegde. In 't begin van de 18e eeuw veroverde Peter de Groote de Baltische staten, in de 19e leden ze onder de pogingen der Slavofilen hen te russificeeren. Doch de Estnische taal bleef leven. De wereldoorlog teisterde Estland ; toen de zwakke regeering van Kerensky door de November-revolutie (1917) verdween, vluchtten gedemoraliseerde Russische soldaten ook naar Estland, de bolsjewiken drongen binnen en hielden vreeselijk huis. In Februari 1918 bezetten de Duitschers Reval en Dorpat; een nationale regeering werd door hen niet erkend. In November 1918 verlieten ze het land en weer bedreigden de bolsjewiken het. In 1920 werd de vrede met de Sofjets gesloten, Januari 1921 erkende de Volkenbond Estland als een zelfstandigen staat. In den nacht van Zondag op Maandag 1 December 1924 trachtten de Bolsjewiken zich weer van Estland meester te maken; te Reval werd gevochten, de minister van verkeerswegen vermoord. Doch spoedig was de regeering de revolutie meester, 't Spreekt van zelf, dat bij een volk, dat eerst elf jaren een zelfstandige staat vormt en jarenlang in zijn ontwikkeling duchtig belemmerd is, nog geen krachtige nationale literatuur zich ontwikkelen kon. Doch er is een begin, dat voor de toekomst beloften heeft. Het minderhedenvraagstuk is opgelost zóó, dat de Duitsche minderheid cultureele autonomie heeft: alle Duitschers in Estland zijn n.1. vereenigd in een publiekrechtelijk lichaam, aan 't hoofd waarvan een cultuurraad staat, die door middel van 't algemeen en evenredig kiesrecht gekozen wordt, hen bij de regeering vertegenwoordigt, een „Kultursteuer" heffen mag ter bekostiging van het onderwijs en andere cultureele doeleinden. [ 46.

Ethiopië. Dit land, in onze Staten-vertaling Cusch, naar Chams oudsten zoon, Gen. 10 : 6, of Moorenland genoemd, werd ten Noorden door Egypte begrensd, ten Oosten door de Roode Zee, ten Westen door Libye, en kwam in omvang en ligging vrij wel overeen met het tegenwoordige Nubië en Abessynië. 't Was oudtijds een machtig rijk, 2 Kron. 14 : 9, 2 Kon. 19 : 3, Jes. 37 : 9. De bewoners waren lang van gestalte, en zij dreven koophandel, Jes. 11 : 11, 45 : 14. In den Romeinschen tijd regeerden hier koninginnen, die allen den naam Candacedroegen, Hand. 8 : 27. [ 20.

Ethischen, Deel II, bl. 123, kolom 1 regel 9 van boven staat 1582, moet zijn 1852.

Euchieten is de naam van een meer heidensche dan Christelijke secte in deOostersche kerk, waarvan reeds door Epiphanius (een schrijver uit de 4de eeuw) in zijn boek over de ketterijen melding wordt gemaakt, en die nog tot in de 11de eeuw van zich spreken deed. Haar leden trachtten door voortdurend gebed (vandaar hun naam : euchieten = bidders) de booze [ geesten te bannen. Later trad ook bij hen de leer van het oude dualisme op den voorgrond, als zou God twee zonen hebben gehad, van wie de een (Satanaël) de wereld zou hebben geschapen, en de ander (Christus) gekomen zou zijn, om den mensch weer van de stof te be¬

vrijden. Gelijk de meeste Gnostische secten, was ook de secte der Euchieten streng ascetisch. [ 42.

Euripldes. Attisch treurspeldichter, 480—406. Voegde zich in zijn werk naar den geest van zijn tijd; teekende de menschen zooals zij zijn; bracht de stellingen der wijsbegeerte zijner dagen op het tooneel, en maakte daarbij gebruik van een sophistische dialectiek. Er zijn van hem nog 18 treurspelen en 1 satyrspel: Hecuba, Orestes, Phoenische Vrouwen, Medëa, Hippolytus, Alcestis, Andromache, Smeekelingen, IphigenTa in Aulis, Iphigenïa in Tauris, Trojaansche Vrouwen, Bacchanten, Heracliden, Helëna, Razende Hercules, Electra en de Cycloop.

Europa. In de oudheid noemden de schippers die op de Egeïsche Zee voeren, de Westelijke kust Ereb d.i. zonsondergang of avond; de Oostelijke oevers noemden zij Aai d.i. zonsopgang of morgen. Deze benamingen voor Morgenland en Avondland vindt men ook in Assyrische opschriften. In den loop der tijden zijn uit deze benamingen Ereb en Agu de namen Europa en Azië ontstaan.

Zoo beteekent dus de naam Europa in oorsprong het Avondland, tegenover het Morgenland Azië. Reeds uit de beteekenis van den naam blijkt dus, dat Europa eerst later in de wereldgeschiedenis een rol speelt; Azië heeft een oudere historie, daar ligt de bakermat der menschheid. Hierdoor is het te verklaren, dat Europa vanuit Azië ontdekt werd. De Pheniciërs voeren langs de kusten van de Middellandsche Zee door de Straat van Gibraltar en stevenden Noordwaarts tot in Bretagne en de Scilly Eilanden, waar zij het tin vonden. De Grieksche kolonisten bouwden tal van nederzettingen aan de kusten. Uit Massilia (Marseille) voer Pytheas van Massilia omstreeks 320 v. Chr. ver naar het Noorden, tot aan Thule; deze Pytheas van Massilia is de ontdekker van Nederland. Omstreeks 150 v. Chr. reisde de geschiedschrijver Polybius in Noord-Italië, Gallië en Spanje. De krijgstochten der Romeinen deden de kennis van nieuwe landstreken zeer toenemen; de werken van Cesar, Plinius en Tacitus zijn voor de geographie van groot belang. Ook de reizen der zendelingen hebben veel bijgedragen om de kennis omtrent Europa te vermeerderen en Karl Ritter zegt naar waarheid, dat de geschiedenis der uitbreiding van het Christendom tevens de historie is der aardrijkskundige ontdekking.

Historisch bezien staat Europa dus in nauwe relatie met Azië; het jongere Europa heeft zeer veel aan Azië te danken. Europa is van uit Azië bevolkt, want daar ligt de bakermat der menschheid.

Tal van cultuurplanten stammen uit Azië. Ook kwamen uit Azië de geestelijke goederen van de Babylonische beschaving (bijv. tijdrekenkunde) en van Phenicië (bijv. het letterschrift). In het Morgenland is niet slechts het schijnsel der cultuur opgegaan, maar bovenal is uit het Oosten tot Europa gekomen het Licht van het Christendom.

Zoo is dus in geschiedkundigen zin Europa

Sluiten