Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

252

KAHLER

ons beleefd wordt. Toegepast op de Heilige Schrift, wil „suprahistorisch" dus zeggen, dat we in haar niet bloote uitingen „einstigen Glaubens" tegenkomen en evenmin bloote historische gebeurtenissen „von Einst", welke ons dit geloof overlevert en verklaart met den blik op God gericht—immers blijven we met beide nog bevangen in het vlechtwerk der Religionsgeschichte. Neen, we komen door de Schrift.in levende aanraking" met „ueberzeltlich—Wesenhaftem", dat is met God zeiven. Maar dit bovenhistorische ontmoet ons stellig slechts door middel van de openbaring schenkende en voorbijgegane historie en verder slechts door middel van de geloofsgetuigenissen van de voorbijgegane bijbelsche auteurs, die met deze historie zoo nauw samenhangen.

5. Uit hetgeen ik over ervaren en beleven schreef, blijkt duidelijk, dat Kahler niet in den zin van Beek voorstander is van de Bijbelsche theologie. Beek legde er al den nadruk op, dat de Heilige Schrift „das eine und ganze religlöse Erkenntnisgebiet für die Christen und den positiven Lehrinhalt aller christlichen Erkenntms und Wissenschaft bildet." Maar Kahler stelt naast de Heilige Schrift de beleving als kenbron der Christelijke waarheid. Evenals Cremer

is Kahler tot op zekere hoogte ervarings-theoloog en kan verwantschap met Frank (zie het artikel) en Ihmels niet worden ontkend. Ik moge hier verwijzen naar mijn Schrijf en Ervaring, blz. 50/51. , , 4„„1 .

6. Van groote beteekenis is geweest Kahler s boek Der sog. historische Jezus und der geschichtliche, biblische Christus. Vele nieuwere theologen (o. a. de onlangs overleden en vermaarde A. Harnack) beweren: de historische Jezus is niet dezelfde persoon als de Christus, die ons in het Nieuwe Testament geteekend wordt. De Christus der Evangeliën en van Paulus is de Christus, zooals Zijne gemeente Hem al spoedig in haar bewonderende liefde of onder inwerking van den Qrlekschen geest „gemaakt" heeft. Van den bijbelschen Christus moeten we teruggaan op den historischen Jezus, den Jezus der Bergrede, den Jezus, die zulk een eenvoudig Evangelie gepredikt heeft. Hiertegenover stelde Kahler terecht: De Christus, in wien wij gelooven, de Christus zooals Hij ons In het Nieuwe Testament als voor oogen geschilderd wordt, Is de historische, de eigenlijke Jezus. Helaas heeft hij dat juiste standpunt verzwakt, door tegelijkertijd te beweren — en hieruit blijkt, hoe bedenkelijk de zoogenaamde theologie der ervaring is — voor

De ligging oen den Kelen Berg (Deiebei Helek) volgent A. Mntll.

Sluiten