Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

272

LEEUWEN — LEGER DES HEILS

Wat als critiek op de experimenteele richting in het algemeen geldt, (zie mijn Berekening of constructie?) kan ook tegen Lay worden aangevoerd, schoon moet worden erkend, dat zijn volgelingen in het experiment-exclusivisme verder gingen dan Lay zelf. [ 51.

Leeuwen (Jacobus Adrianus Cornelis van), geboren te Vlaardingen op 9 Februari 1870, overleden te Utrecht 13 Augustus 1930, zoon van wijlen Professor E. W. van Leeuwen (zie deel III van deze Encyclopaedie), promoveerde 11 April 1894 tot doctor in de godgeleerdheid op een proefschrift: De Joodsche achtergrond van den Brief aan de Romeinen, en deed Mei d.a.v. zijn' intrede als predikant bij de Nederlandsch Hervormde Gemeente te Avereest, welke standplaats hij in April 1903 verwisselde met die te Alkmaar. In September 1908 werd hij benoemd tot gewoon hoogleeraar in de faculteit der godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit te Utrecht om onderwijs te geven in de exegese van het Nieuwe Testament, de oud-Christelijke letterkunde en de Encyclopaedie der theologie, welk ambt hij den 7den December 1908 aanvaardde met een rede over Litteratuur en Schriftuur. Professor van Leeuwen was de Gereformeerde richting toegedaan en een geestverwant van den bekenden Duitschen geleerde Th. Zahn. Op politiek gebied behoorde hij tot de antirevolutionaire partij. Ondanks zijn scherp-belijnde beginselen was hij door zijn gematigdheid en bemlnnelijken omgang in de Hervormde gemeente te Utrecht een zeer geziene persoonlijkheid. Hij was lid van het college van kerkvoogden en diende haar ook als ouderling. In 1915 behoorde hij tot de Utrechtsche hoogleeraren die het adres bij de Synode der Nederlandsch Hervormde kerk indienden omtrent de invoering van den modus vivendi. In de Commissie tot bestudeering van dat ontwerp, die toen door de Synode werd aangewezen, had hij eveneens zitting. Hij was gehuwd met een dochter van Dr A. W. Bronsveld. Zfln wetenschappelijke verdiensten vonden o.a. erkenning in zijn benoeming tot eeredoctor aan de Universiteit te Edinburgh en te Debreczen. Onder de studenten was zijn invloed groot. Zijn privatissimum over de Institutie van Calvijn was'zeer gezocht Hij werkte mee aan de Theologische Studiën, het Gereformeerd Theologisch Tijdschrift en ook aan onze Christelijke Encyclopaedie. Tal van publicaties verschenen van zijn hand, o.a. Op weg naar het ambt (1908); Calvinisme en Schriftstudie, een woord van verweer tegen G. A. van den Bergh van Eysinga (1909); Het Nieuwe Testament, in de Bibliotheek voor Godsdienstonderwijs (1910); Het Evangelie van Mattheüs, Tekst en Uitleg (1915 en 1918); Armen en Rijken, herdruk van artikelen uit De Waarheidsvriend (1919); Het probleem van den oorsprong der Christelijke religie (1922); Paulus' Zendbrief aan Efeze, Colosse, Phtlémon en Thessalonica (1926) en Het heilig Evangelie naar de beschrijving van Marcus (1928), de beide laatste in de serie Kommentaren op het Nieuwe Testament, die bij Van Bottehburg in Amsterdam verscheen. Voorts nog in Korte Verklaring der Heilige Schrift met nieuwe vertaling: De Brief aan de Colos-

sensen, De Brieven aan de Thessalonicensen (1923), Het Evangelie naar Marcus (1928). Eindelijk nog: Openbaring en Cultuur (1929). [ 30.

Leeuwenhoek (Antoni van), beroemd Nederlandsch natuuronderzoeker, geboren 24 October 1632 te Delft en aldaar gestorven 27 Augustus 1723, eerst lakenkoopman en later; kamerbewaarder van schepenen, genoot geen wetenschappelijke opleiding, was echter een groot liefhebber der natuur en besteedde al zijn vrijen tijd om biologische onderzoekingen te doen, vooral in de wereld van het kleine; hij was dus, wat men thans noemt, een dilettant; Daarbij kwam hem zeer te stade de uitvinding van den samengestelden microscoop in 1621 door Cornelis Drebbel (1572—1634). De microscoop was zijn wapen; hij sleep zelf de lenzen er voor en gaf daardoor aan dit werktuig een voor dien tijd bijna volkomen volmaaktheid. Hij was een stille, ijverige, nauwgezette werker, bezat een scherp gezicht en een buitengewone gave om juist waar te nemen. Hij deed de eene ontdekking na de ander, zoodat misschien wel nooit een dilettant zulk een wereldberoemdheid verworven heeft als de vrome, bescheiden f Leeuwenhoek, die zijn uitkomsten alleen meedeelde in brieven aan vrienden en kennissen. Eerst in 1673 werden eenige zijner onderzoekingen meer algemeen bekend, nadat zijn vriend De Graaf eenige zijner waarnemingen aan de Royal Society te Londen had medegedeeld. In 1680 werd hij lid van de Royal Society. Hij heeft zijn waarnemingen neergelegd in een werk dat uit 7 deelen bestaat, van 1685 tot 1718 verscheen en tot titel heeft: Sentbrieven, ontledingen en ontdekkingen, ondervindingen en beschouwingen, Lelden en Delft. Leeuwenhoek was de ontdekker der afgietsel- of infusiediertjes, der bloedlichaampjes en van den bloedsomloop in de haarvaten, van de raderdiertjes (rotatoria), van de zoetwaterpolyp (hydra viridis), van de ongeslachtlijke voortplanting der bladluizen, van de spermatozoïden, van de dwarsgestreepte spieren, van de stippel vaten en spiraal vaten der planten, van hef onderscheid in den bouw tusschen monocotylen en dicotylen. Leeuwenhoek en Christiaan Huygens (1629—1695) zijn ongetwijfeld onze beide grootste natuuronderzoekers der zeventiende eeuw; echter is geen van beiden hoogleeraar geweest aan een onzer universiteiten. Huygens heeft zelfs geen standbeeld in Den Haag kunnen verkrijgen; een gedenkteekenvoor Leeuwenhoek werd in 1739 in de Oude kerk te Delft opgericht door zijn dochter Maria (1656— 1745). [ 31.

Leger des Heils (Het). De Stichters. WUliam Booth, de Stichter van het Leger des Heils, werd geboren in 1829 te Sneinton bij Nottingham, deed daar in zijn jeugd diepe indrukken op van de zonde en ellende van het volk, en werd als vijftienjarige tot God bekeerd; zelf heeft hij als plaats, waar dit geschiedde, de consistorie-kamer eener Wesleyaansche kapel aangewezen. Toen hij zestien jaar oud was, begon bij na afloop van zijn dagtaak, als bediende in een pandhuis, reeds op eigen initiatief ■met een kameraad op straat te prediken, deed huis- en ziekenbezoek, en vond onderwijl nog

Sluiten