Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PARCEN

versterkte controle. De manier van werken deed anders vermoeden, maar de Turk wilde de teugels van het bestuur zelf in handen hebben. Er werd wel verdeeld en ingedeeld, zelfs werden vertegenwoordigende lichamen in het leven geroepen, waarvan de algemeene Provinciale raad het voornaamste was, maar de eenige macht was, dat voorstellen ingediend mochten worden in Constantinopel.

Er waren zelfs dorpsraden, maar de Mukhtar (hoofdman) bestuurde in werkelijkheid.

Alleen in de joodsche kolonie waren de dorpsraden niet geheel schijn. De Waad (raad) der joden werd erkend en de Turken lieten die raden ook invloed oefenen. Eerst mochten alleen landeigenaars deel uitmaken van den Waad (raad) maar sedert 1909 waren ook de arbeiders bevoegd, waardoor dus een democratische inrichting was ontstaan.

In 1908 werd Turkije in een constitutioneele monarchie omgezet, maar de geloofde vrijheid Verkreeg Palestina niet. De Provincies mochten wel parlementsleden kiezen en er ontstonden politieke partijen, de Quaisi en de Jemeni, maar eigenlijk was het meer een groepeeren van stammen, dus meer volkskunde dan politiek.

Zoo was de toestand toen Palestina in 1917 door de overwinning van generaal Alenby, aan de Entente, of liever onder bestuur van Engeland kwam.

En daar verwachtten de joden veel meer van dan van Turkije.

Herzl, die al zoo gewerkt had bij den Duitschen keizer en den Sultan, heeft toen vooral bij de Engelsche regeering de joodsche belangen bepleit. In 1900 had Lord Salisbury reeds verklaard, in een interview, dat hij een joodsche staat voor mogelijk en nuttig hield.

Maar nu was een jood, Herbert Samuel, die later optrad als Gouverneur of hooge Commissaris van Palestina, minister van binnenlandsche zaken.

Behalve deze minister, interesseerde de nietjoodsche minister, Lord Balfour, zich zeer voor het Zionisme. Door zijn bemiddeling is ook de bekende declaratie van 2 November 1917 ontstaan, die aldus luidt:

„His majesty's Government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people and will use thelr best endeavours to facilitate the achievement of this object, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rightsof existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other Country."

De Engelsche regeering heeft in 1930 wel wat andere houding aangenomen. De kwestie bij den Klaagmuur in 1929 heeft de gespannen verhouding tusschen joden en Arabieren duidelijk aan het licht gebracht.

Ontstellend tragisch en ontmoedigend waren toen de berichten in de wereldpers over Palestina. Er zijn slachtoffers gevallen bij joden en Arabieren en de laatsten waren dadelijk te wapen om hun rechten te handhaven. Formeele onlusten zijn er geweest. De zaken zijn onderzocht door

— PARIS

341

afgevaardigden uit Engeland, maar de uitspraak gaf geen bevrediging,

De kolonisatie zetten de joden krachtig voort, de joodsche Executive werkt hard, maar het Palestijnsche vraagstuk lijkt, vooral voor de joden, verder van een gunstige oplossing, dan eenige jaren geleden. [44.

Parcen. Waarschijnlijk is dit woord afgeleid van 't werkwoord parëre, voortbrengen, en hebben we dus in de eerste plaats onder de Parcen te verstaan: „godinnen der geboorte." Aangezien nu bij de geboorte het toekomstig levenslot begint, worden de Parcen ook genoemd „Schikgodinnen," die aan ieder mensch bij z'n geboorte toeschikken, wat hem zal ten deel vallen. Volgens de Romeinsche mythologie waren de Parcen drie zusters, dochters van Erebus (den god der duisternis) en Nox (de godin van den nacht), wier namen zijn: Clotho, Lachesis en Atropos. De eerstgenoemde der drie spint den levensdraad, terwijl ze het spinrokken in de hand houdt, de tweede neemt den gesponnen draad over en leidt dien naar haar wil, zoodat zij over lot en leven beschikt, terwijl de derde den draad afsnijdt.

Daar ze als 't ware bij de geboorte ieders lot voorspellen, noemt men de drie zusters ook wel Fata, die des menschen leven besturen. De Grieken spreken van Moirai, welk woord afgeleid is van een stam, die „beschikken, toedeelen" beteekent, zoodat ook hier weer het begrip van „lotsbeschikking" duidelijk merkbaar is. [41.

Parijsch Evangelisch Zendingsgenootschap. Als een der vruchten van het Reveil werd in 1822 dit zendingsgenootschap door de Fransche Protestanten opgericht. Bekende mannen als Monod en Baron A. de Staël behoorden tot de oprichters. Het genootschap is interkerkelijk. Het Bestuur bestaat uit twintig personen, dat zelfstandig alles leidt en regelt, terwijl er eenmaal per jaar een algemeene vergadering wordt gehouden. De opleidingsschool is ook te Parijs gevestigd. Scheen door de Revolutie in 1848 het genootschap ten gronde te gaan, na 1856 kwam er een krachtige opleving en het werk breidde zich steeds uit. Daar het Fransche Gouvernement in de koloniën vijandig stond tegenover niet-Fransche zendingen, werd dit Genootschap telkens gevraagd het werk over te nemen dat door anderen begonnen was. Zoo werd Tahiti overgenomen van het Londensch Zendingsgenootschap en later van de Amerikaansche Presbyterianen het werk in de Gabunstreek en in 1896 de arbeid op Madagaskar. De zendingsterreinen zijn: Basutoland, Senegal, Tahiti, Zambesl, Fransche Congo en Madagaskar. Voor dit laatste terrein waar de strijd tegen de Jezuïten zeer zwaar is geweest, zie men art. Madagaskar. Hoewel de taak soms veel en veel te zwaar scheen, hebben de Fransche Protestantsche Kerken met zeldzame offervaardigheid haar zendingsroeping vervuld. [ 48.

Paris (Ds Emmanuel Philip) te Gernrode, zoon van Ds Johan Philip Paris en Anna Elisabeth Bühle. Hij was geboren 24 Mei 1674 te Schiele uit een door keizer Karei V geadeld geslacht. Hij studeerde te Zerbst, Bremen, Franeker en Groningen (hoewel niet in 't album

Sluiten