Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SEVERIN —

het St. Lucas-gildewas. Spoedig daarna vestigde hij zich weer in Amsterdam, waar hij trouwde met de 40-jarige Antieken van der Bruggen uit Antwerpen, die toen echter al 13 jaar in de Hoofdstad woonde, waar bij tot 1629 verbleef. In 1631 zien wij hem te Utrecht en in 1633 in Den Haag, van waar hij spoedig naar Amsterdam schijnt teruggekeerd te zijn.

Seghers moet veel gereisd hebben en Italië, Dalmatië en Montenegro bezocht hebben, waarvan zijn etsen getuigenis afleggen, die landschappen met de woeste natuur van deze landen in beeld brengen, met geweldige berggevaarten en grillige rotsvormen, met eenzame dalen en steile wanden. .

Hij was de uitvinder van de gekleurde etsen, die voortreffelijk van uitvoering zijn, en waarvan er bijna 60 bekend zijn; hiervan bezit het Prentenkabinet te Amsterdam er een vijftigtal. Van zijn schilderijen kan men er slechts zeven of acht aanwijzen. Hiervan bevinden zich twee prachtig geschilderde Hollandsche landschappen in de Galerij te Berlijn, één is in 't bezit van Dr C. Hofstede de Groot, terwijl zijn voornaamste werk, een groot schilderij, dat een berglandschap voorstelt, in de Uffici te Florence aanwezig is. Geen landschapschilder komt Rembrandt zoo nabij als hij; deze vereerde hem ook hoog en had een groot aantal van zijn kleinere schilderijen in bezit. Zelfs komt aan Seghers de eer toe invloed op Rembrandts kunst uitgeoefend te hebben.

Hoe hoog zijn kunst ook stond, zoo was hij in zijn leven weinig geacht, in geen enkel Nederlandsch museum is dan ook een schilderstuk van hem aan te wijzen. Zijn tijdgenooten begrepen zijn kunst niet en verguisden hem. Zijn prenten werden met handenvol bij koomenijsmannen gebracht om er boter en zeep in te pakken. Zijn etsen sneed hij zelf in stukken, omdat niemand er geld voor geven wilde, terwijl in den tegenwoordigen tijd voor één ets 6000 gulden betaald is. Zijn onschatbare kleurendrukken op linnen maakten den prijs van het linnen niet goed en voor een van zijn geëtste platen bood men hem nauwelijks het gewicht van het koper.

Hij had dan ook voortdurend met geldnood te kampen en leefde met zijn gezin in de grootste armoede. Dit bracht er hem toe zijn heil in den drank te zoeken, hetgeen oorzaak was, dat hij op een avond in 't jaar 1640 dronken thuis komende van de trappen viel en zoo om het leven kwam. f 33.

Severtn (Jacob), (spreek uit Sewerien) geboren 30 October 1691 te Saeby, een zendingsvriend, koopman en staatsman, zoon van den stadsvoogd Sören Nielsen.

Hij studeerde en werd koopman. Zijn handel op IJsland en Groenland werd aanzienlijk. Inde zendingswereld speelde hij een belangrijke rol als vriend van Egede. Christiaan VI wilde eerst de Noordelijke nederzettingen en de zending aldaar opgeven. Toen richtte Severin een handelshuis op en kreeg het monopolie van den handel op Groenland. In de jaren 1738 en volgende voerde Jacob Severin op eigen hand oorlog tegen de Hollanders. Hij kreeg van den Deenschen koning vergunning de gespleten oorlogs-

SHELDON

377

vlag de „Danebrog" te voeren en een vloot aan te schaffen.

In 1739 werden door Jacob Severins schepen vier Hollandsche schepen opgebracht. De Hollanders beriepen zicb op de vrijheid der zeeën, zooals zij vroeger in de dagen van Hugo de Groot en Graswinckel gedaan hadden.

In 1741 werd de twist tusschen de Denen en Hollanders bijna een officiëele oorlog, maar de reeds veel minder machtige republiek gaf toe en de Denen behielden hun uitsluitende handel en vaart op Groenland.

Nog altijd draagt „Jacobshavn" op Groenland Severin's naam. Hij werd ook voorzitter van de 32 leidende mannen te Kopenhagen. Hij huwde in tweede echt een dochter van den bekenden Trar kebar-zendeling Ds Peder Nielsen Nyegaard, later predikant te Resen en Hümlum gehuwd met de bisschopsdochter Lisbeth Gjertrud Jacobsdatter Jersin. Als heer van de vorstelijke bezitting Dronninglund-slot bij Aal borg en Hals oefende hij groote macht uit op elk gebied.

Zijn zwager Lavrids Hansen benoemde hij tot predikant te Hals, en Niels Pedersen Nyegaard, eveneens een zwager, stelde hij aan als leider van het onderwijs en hulpprediker.

Jacob Severin offerde groote sommen voor de Eskimo's. Hans Egede noemt hem „zijn goede vriend en een buitengewoon edel man". Zijn naamgenoot en oomzegger Jacob Severin Nyegaard, die hem zou opvolgen, was de zoon van bovengenoemden zwager. Hij onttrok zich echter en ging inplaats van te studeeren, ter zee, leed schipbreuk en vestigde zich in Holland — het land, waarmede zijn pleegvader in oorlog was geweest, en werd daar stamvader van de Hollandsche tak Domela Nieuwenhuis Nyegaard van het oude Deensche geslacht.

Een andere machtige zwager van jacob Severin was Professor Edward Hansen Londeman. Deze werd Luthersch bisschop en stichter van het baronnen geslacht „af" (de) Rosecrone.

De vertegenwoordiger van de Nederlandsche Republiek te Hamburg de diplomaat Mauritius betoonde zich in elk opzicht de bekwame tegenstander van Jacob Severin en de Deensche politiek in de Noordelijke zeeën, maar ten slotte konden de Hollanders slechts een klein deel van hun vaart op het uiterste Noorden handhaven. Het monopolie bleef in Deensche handen.

Zie voor Jacob Severin: L. Koch, Christian VI's Historie. E. Holm, Danmark-Norge Historie 1720—1814. Fenger Hans Egedes og den Gronlandschen Missions Historie, Hauch Fausböll og Hiort Lorenzen „Patriciske Slaegter" 1915 (Nyegaard). Nieuwe Luthersche Bijdragen onder redactie van Prof. Dr Pont, 1909. Zijn portret staat op blz. 399 van Dansk Biogr. Haandleksikon van Dahl en Engelstoft, Deel III enz.

Sbeldon (Dr Charles N.). Vooral bekend om zfin boek In His steps, te Topeka Kansas in 1897 uitgegeven, waarvan niet minder dan 22 millioen exemplaren in omloop zijn. Een Nederlandsche vertaling is verschenen: In Zijne schreden. Wat zou Jezus doen ? (Milborn, Nijmegen.) In His steps vormt een trio met de geschiedenis van Jozua Davids,-óoor Vosmaer in het Nederlandsch vertaald, en Tolstoi's Mein

Sluiten