is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding voor ouderavonden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

109

menschenleven in miniatuur. Daarom deze kostbare gelegenheden nooit verzuimd ter wille der opvoeding.

5. Het kind zelf immers is er ook reeds op uit, om die inwendige J^^J^ stem van het geweten tot zwijgen te brengen en in het zoeken der vluchten van middelen is het niet minder handig dan een volwassene. Ook het kind»"* ""«•• weet van drogredenen en uitvluchten. Ook het kind ziet de voorbeelden van anderen: „Zij doen het ook". Ook het kind kent men-

schelijk opzicht, kent uitstel van bekeering. Alles in het klein, zeker, maar voor het kind van evenveel belang als voor den volwassene.

6. Eenige middeltjes, om de wispelturigheid en lichtzinnigheid van het kind te verbeteren :

Rechtstreeks worden deze gebreken tegengegaan, door het kind «w-J^^ te leeren opmerken, oog en oor te leeren richten op bepaalde indrukken, ze te leeren sluiten voor dingen, die niet ter zake zijn. Zoo kan het onbedachtzame kind langzamerhand leeren acht te slaan op de eischen van zijn plicht, en zich niet te laten leiden door gevoel en begeerte, die komen en gaan.

Op de tweede plaats moeten we de kinderen er toe opleiden, niet ^JJ^jJ^. te spreken of te handelen, zonder te voren gedacht en overlegd te ne|d. hebben, wat zij willen doen of zeggen. We moeten rekenschap van hen vragen, waarom ze juist dit antwoord geven en niet het tegendeel beweren. We moeten hun inscherpen, vóór het antwoord zelf te overleggen, of wat ze zeggen, ook juist is. Zoo zullen ze leeren, niets te beweren, wat ze niet kunnen volhouden, niets als waar te vertellen, waarvoor ze niet kunnen instaan.

Verder moeten we de kinderen er toe brengen, niet te handelen «w zonder overlegd te hebben, waarom ze dat doen. Zoo leeren ze nieten „ukken, de stemming, de luim, het gevoel te volgen, maar te handelen naar den plicht, dien ze kennen. Op deze manier is reeds veel gewonnen voor het wispelturige kind, want zoo hebben we het geleerd, zelfstandig te worden en niet af te hangen van de beïnvloeding zijner omgeving.

Ten slotte is het noodig godsdienstige idealen bij het kind op te «wvan wekken. In het ontvankelijk en gevoelig kinderhart is dit niet zoo ldeaie„. moeilijk. De levens der heiligen, de Bijbelsche geschiedenis verleenen hiertoe gemakkelijke hulpmiddelen.

C. Beteugeling der hartstochten.

Erger dan zee- en landstormen zijn de stormen in het menschelijk o* "nd££ hart. Het menschenhart zit vol ongeoorloofd begeeren, ook reeds het tocnten. kinderhart. Hierin ligt een nieuw gevaar voor de degelijke gewetens-