is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding voor ouderavonden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110

vorming. Ook het kind moet zich reeds wapenen tegen die telkens dreigende verzoeking, zooals Vondel zegt :

Sluit voor Begeerte uw graag gezicht; Zij loert, zij loert om in te varen. Sluit d'oogen, vensters van het licht, Indien gij wilt uw hart bewaren.

"^™enn„et '* ..De groote ramP.der hartstochten is, dat zij het verstand, het

verstand en ver-

zedelijk oordeel verduisteren en den goedgezinden wil verzwakken, zwakken den Hiermede is niets meer of minder gezegd, dan dat een door hartstocht gedreven gemoed de uitspraak van het geweten overstemt, vertroebelt, veracht.

n^r^m^wor6"" 2" De taak van den °Pvoeder is het> aan het kind de heerschappij den. " over de neigingen te verzekeren : het „graag gezicht" te sluiten voor de begeerte. Een moeilijke taak, want terecht schrijft Vondel zoo teekenend : „uw graag gezicht", want: we zouden zoo graag stelen, we zouden zoo graag liegen, enz. En toch „sluiten voor die begeerte," geen inwilliging, het geweten moet zegevieren, verstand en wil moeten de begeerlijkheid beheerschen.

Over de hartstochten wordt in een afzonderlijke les gesproken. We volstaan met daarheen te verwijzen. D. De vreeze des Heer en. rood!gomZnaL '* Er zijn beweegredenen noodig om steeds in drang en nood te het geweten te handelen volgens de stem van het geweten, vooral om „het graag luisteren. gezicht te sluiten voor begeerte." Echter geen motieven van dwang.

Dwang in de opvoeding is kindermoord, zegt men, maar dwang in de gewetensvorming is het zonder twijfel. Wie hier afdwingt, noodzaakt, forceert, vormt nooit een heilbrengend geweten, maar wel huichelaars en moedeloozen.

God8tsd"eToest" 2' 0m de zedelijke kracht van het kindergeweten te vormen zijn motief beweegredenen van smaak of conventie, van algemeen en onderling belang machteloos. „Dat past niet" of ,,'t Is lastig voor anderen" of „Dat doet niemand" zijn voor het kind op den duur zonder beteekenis en kracht en vooral het laatste, zonder waarheidsgrond. Wat alléén steek houden kan op den duur, wat alléén waarheidsgrond bevat, is de gedachte aan de heiligste persoonlijkheid, die men uitdenken kan, de gedachte aan God. Te denken aan het oordeel, dat Hij over ons velt, over onze gedachten, woorden en werken, verwekt in ons gevoelens van schaamte of voldoening. En deze gevoelens,