is toegevoegd aan uw favorieten.

Kieswet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 86

— 92 —

Indien van deze bevoegdheid gebruik is gemaakt, wordt hiervan en van het voldoen aan de daarvoor gestelde voorwaarden aanteekening gehouden in het proces-verbaal der stemming.

De twee laatste leden zijn in 1917 aan het artikel toegevoegd. Deze toevoeging is ontleend aan het — bij de Grondwetswijziging van 1917 inmiddels vervallen — art. 96t» der Provinciale wet. Het geval, daarin voorzien, doet zich. n.1. in de nieuwe regeling bjj elke verkiezing voor en is dus naar de Kieswet overgebracht.

— Het tweede lid verzet zich tegen het afzonderlijk depouilleeren van de in twee afzonderlijke stembussen verzamelde stembiljetten, afkomstig van mannelijke en van vrouwelijke kiezers. Zie het hoofdartikel in W. B. A. 3701.

Art. 86. De voorzitter opent de stembiljetten. Hij deelt, na opening van elk biljet, den naam mede van den candidaat op wien eene stem is uitgebracht.

De oudste der andere leden van het stembureau ziet het stembiljet na. De beide leden houden aanteekening van iedere uitgebrachte stem.

Het tweede lid luidt aldus sinds de wet van 24 December 1921, S. 1380.

— Ook het stembureau kan, bij twijfel aan de juistheid van de opneming der stembiljetten, tot eene nieuwe opneming overgaan, maar het moet daarbij de voor de stemopneming door de Kieswet voorgeschreven regeling in acht nemen. Voorlezing der stombiljetten door een veldwachter is in strijd met dit artikel. (K. B. 19 November 1917, A. B. blz. 478, W. B. A. 3574, G. 3455.)

Art. 87. Van onwaarde zijn andere stembiljetten dan die, welke volgens deze wet en de tot hare uitvoering gegeven voorschriften mogen worden gebruikt.