Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

„Ik weet dat er aan de fronten gevochten wordt". Dit zal ieder zeggen, ook al heeft hij er niet 't geringste van waargenomen. Toch is er in 't wezen der zaak geen verschil; want hoe moest de bewering er eigenlijk uitzien?

Lezer, laat mij u waarschuwen, 't wordt een lange zin:

„Ik ben mij bewust de waarneming gedaan te hebben van een krant en der daarin vervatte teekens, met behulp waarvan ik de bewust wordende voorstelling kreeg van iemand, die beweerde zich bewust te zijn de waarneming gedaan te hebben, dat er aan de tronten oorlog was; dat ik mij voorts bewust werd de voorstelling van geloofwaardigheid van dien iemand, zoodat ik bewust deed, alsof ik zelf den oorlog had waargenomen". — Oefl

Wat zit er al niet in die paar woordjes „Ik weet".

— Ik mag lijden, lezer, dat ge dit alles tamelijk flauw en onbenullig vindt, want ik zal tevreden zijn, als ik u tot het inzicht kan brengen, dat de heele wetenschap niet anders is dan een doelmatige ordening van allerlei soortgelijke „onbenulligheden". —

Na deze interruptie, maar weer verder.

Zooeven zinspeelden we er al op, dat slechts een klein deel onzer kennis door eigen ervaring is verkregen. In gemeenzame termen: het grootste deel van ons weten hebben we van hóoren zeggen.

We vatten dit weer samen in deze omslachtiger omschrijving:

Wat wij beweren te weten zijn wij ons bewust geworden op twee manieren: óf door eenig ding of verschijnsel zélf waar te nemen of waargenomen te hebben; öf door de waarneming te doen of gedaan te hebben, dat een ander mensch den indruk gaf eenig ding of verschijnsel te hebben waargenomen en het daarna mededeelde.

Er is geen kennis in eenig mensch ter wereld, die niet tot een dezer beide gevallen behoort.

Een nieuwe vraag doemt op: Hoe erlangen we al die waarnemingen, van welken aard ze ook mogen zijn? Het antwoord is ons allen even bekend: door onze vijf zinnen, met alle of met enkele daarvan. De werktuigen er voor zijn onze zintuigen. Zelden doen we eenige waar-

Sluiten