Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

en doorvoelen, die eene, onze eigene, kennen we dus het beste, doorvoelen we het beste, zij is verweven met alle roerselen van ons gemoed en door die gewendheid ontstaat innige gehechtheid. Maar in de gedachte, dat er over een eeuw of twee eeuwen geen Hollandsch meer zal worden gesproken, ligt niets bedroevends en niets ontstellends. Er zijn ook allang geen trekschuiten en geen trapgevels meer. Het is niet dwaas dat we aan onze taal gehecht zijn, maar het is wel dwaas dat we die genegenheid opblazen tot een. soort van „heilige zaak", tot een wezenlijk beginsel, dat we) ons gaan inbeelden dat een bepaalde taal voor onze ontwikkeling van meer belang zou zijn dan een bepaalde huizenbouw of kleederdracht of spelling.

Er is aan het begrip „taal" niets wezenlijk verhevens of heiligs. De gehechtheid van den Nederlander aan zijn taal is van geen hoogere orde dan die van den Volendammer aan zijn wijde broek.

Ziet men echter de taal gebruikt als den inzet van een politieken strijd — zooals in België en in Polen en hier en daar in Duitschland — dan is het probleem alreeds vertroebeld. De eigen taal wordt dan het symbool, de ideeële samenvatting van soms geheel andere bedoelingen en geheel andere belangen. Men kan de wezenlijke liefde van den mensch tot zijn eigen taal onmogelijk afmeten naar de kunstmatig-opgezweepte taai-exaltatie in streken waar de taal een twistappel geworden is.

Wij begaan een misdaad en spreken een leugen wanneer we onzen kinderen wijsmaken, dat de liefde tot onze „eigen taal" ooit de heiliging kan zijn van naastenhaat en menschenmoord, dat het voortbestaan van eenige afzonderlijke taal tot onze levende geestelijke belangen behoort.

Het is natuurlijk altijd ietwat hachelijk deze dingen te zeggen, die het doet wordt allicht voor „cynisch" gehouden of laadt de verdenking op zich door het verkondigen van steriele abstracties een schijn van koele, boven vooroordeelen verheven wijsheid te willen bemachtigen —, toch is mijn bedoeling geen andere dan, zeer eenvoudig en concreet, te waarschuwen tegen de critieklooze overschatting van de „moedertaal" als heilig of waardevol geestelijk bezit. Het doet er niet zoo zeer toe, wat we daaromtrent zelf gevoelen, maar wel wat we kinderen daaromtrent inprenten.

Sluiten