is toegevoegd aan je favorieten.

Nederlandsche sagen en legenden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

246

SAGEN EN LEGENDEN VAN NEDERLAND.

schatkamer mocht komen, en dat ze den heer zou waarschuwen, als er een mensch in de nabijheid kwam.

Nauwelijks was hij weg, of de vrouw riep 't kind bij haar naam, en tezamen zingend liepen ze een eind door 't veld. Dien avond echter wilde de vrouw niet spelen... ze trok 't meisje naar zich toe, streelde het over de haren, en vroeg:

,,Is je vader uit?

„Waar is hij heengegaan?" „Hij zeilt op 't meer."

De vrouw haalde diep adem, en, een siddering in haar stem verscholen, vroeg ze, zich over 't kind buigend, en haar handen vattend:

„Dus ben je alleen thuis? En hoe laat komt vader terug?"

„O! heel laat, maar ik moet hier dichtbij blijven, om op de schatkamer te passen."

„Is de schatkamer mooi? Zijn er mooie dingen te zien?"

„O! 't is mooi in de schatkamer... 'tls heelemaal licht, nog meer licht dan wanneer de zon schijnt, overal licht en alle steenen hebben licht."

„Mag ik de schatkamer zien, met al 't licht? Wil jij de deur voor mij openmaken, dan kan ik 't licht ook eens zien.''

Toen haalde het kind den zwaren sleutel, en draaide dezen zeven malen links; daarna, hem aantrekkende, draaide het den sleutel een halven slag weerom, en de poort gleed geruischloos open, en zij beiden traden binnen, 't Jonge meisje legde den sleutel bij de kleinodiën neer.

Inplaats van nu eenige sieraden te grijpen, en er naar een ver land mede te vluchten, bleef de vrouw staan en staarde naar al het glanzen en glinsteren om haar heen. Zelfs strekte ze haar vingers niet uit. Haar oogen waren vergroot, haar adem hijgde, en ze staarde slechts.

„Spelen", smeekte 't kind, „laten wij spelen."

Zij gaf geen antwoord.

„Kom bij ons", riepen de edelsteen met fluisterende