is toegevoegd aan uw favorieten.

Prae-adviezen over de vraag: Is publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie wenschelijk? Zoo ja, in welken vorm?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heer j. v. d. Tempel.

113

vige wijze voortwoekerende neo-malthusianisme, dat het weligst tieren kan in de gezinnen, waar geldelijke zorg heerscht. Een stelsel van economische bedrijfsorganisatie, dat voor een deel der bevolking het verblijf in eigen land onmogelijk zou maken, zal toch ecbter als bondgenoot vermoedelijk niet-veel presteeren. -

De „economische bedrijfsorganisatie", toegepast in de typografie en als stelsel verdedigd door den heer Veeaart — nog wel te onderscheiden van het door hem ontvouwde plan tot publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, waarover wij nader komen te spreken — isr ook van de zijde van R. K. woordvoerders, het voorwerp geweest van scherpe critiek. Leitmotiv daarbij was veélal: de uitbuiting van den consument, de kunstmatig vergroote voordeelen -voor de ondernemers, eventueel ook voor de werknemers. Woordvoerders uit typografische kringen zijn er door deze critiek wel toe gebracht, wrevelig te vragen of dan door bedrijven, waarin samenwerking op dezen voet tusschen werkgevers en werknemers ontbreekt, de consument niet wordt uitgebuit en door de ondernemers geen buitensporige winsten worden behaald. Zij hadden van hunne zijde schoon gelijk, dat zij die vraag stelden. Ongetwijfeld wordt door allerhande combinaties van ondernemers, doch zonder medewerking der arbeiders, in tal van bedrijven eenzelfde resultaat bereikt als in de typografie door deze „economische bedrijfsorganisatie"! Men voert de prijzen bij onderlinge afspraak op, met behulp van allerhande machtsmiddelen tegen eventueel recalcitrantén, en schrikt voor productiebeperking niet terug. Men heeft daarbij de arbeiders niet noodig en laat hen dus thuis. Misschien wordt bij andere combinaties, ook al doordat men minder rekening behoeft te houden met de belangen der arbeiders in elke onderneming afzonderlijk, de verstarring, die op den langen duur de bedrijfsontwikkeling belemmert, gemakkelijker voorkomen. Maar, overigens, dat de arbeiders, nu men in een bepaald bedrijf voor het doorvoeren van prijsregelingen hunne medewerking noodig heeft, op zéér bescheiden wijze een graantje medepikken, is op zichzelf waarlijk geen reden om alarm te slaan. Er is evenveel en even weinig reden voor verontwaardiging en evenveel en even weinig reden voor ingrijpen van de Overheid, om misbruiken te keeren, in dit geval als in de vele gevallen, waarin uitsluitend de' ondernemers voor het gewraakte doel samenwerken. Deze economische bedrijfsorganisatie is slechts één van de hand over hand toenemende combinaties, die dienen om het groepsbelang te behartigen, voor zooveel noodig ten koste van het algemeen belang. Dat de arbeiders, naar blijkt, behoefte gevoelen, zij het allicht mede onder invloed van ge-

8