Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

Inderdaad speelt men nu de onnoozelen, de suffers, die door De Jong op sleeptouw zijn genomen. Door De Jong, die niet den minsten invloed bezit op de leiders, omdat deze hem allen wel willen doodkijken. Maar nu eenmaal dat praatje circuleert, moeten we er even op ingaan. Wij hebben nooit den nadruk gelegd op het contract als contract, maar op het verplichte lidmaatschapsartikel.

Ziehier de bewijzen:

Voor de algemeene vergadering, waarop wij onze houding ten opzichte van het verplichte lidmaatschap wilden bepalen, vroegen wij inlichtingen bij het Nationaal Arbeids-Secretariaat en bij het Amsterdamsche Plaatselijk Arbeids-Secretariaat. De secretaris van het laatstgenoemde lichaam zocht voor ons een nummer van „De Arbeid" op, waarin een bericht voorkomt, hetgeen het niet-staken .ingeval de staking geldt invoering van verplicht lidmaatschap, steunt Kitsz wilde dus in zoo'n geval niet staken. Het is het

nummer van 18 Juni 1910. Wij citeeren uit het daarin voorkomende bericht over een loopers-actie tegen „De Courant" het volgende: „De „moderne" organisatie voerde actie aan „De Courant". Een van de eischen, die ze aan de directie stelde, was: Invoering van het verplichte lidmaatschap van de „moderne" organisatie. — Zou nu „Het Volk" denken, dat de leden van de niet-moderne organisatie, die de „moderne" organisatie zijn uitgetrokken omdat ze er beu van waren, mee zouden doen aan hun eigen vernietiging? — Wij willen het blad dit wel vertellen, dat als de „moderne" organisatie het lef heeft op dien eisch terug te komen, er met alle kracht zal worden gewerkt om een eventueele staking voor dien eisch onmiddellijk den kop in te drukken. De niet-moderne loopersvereeniging laat zich niet dooddrukken door de georganiseerde onderkruipersbende."

Waar Kitsz dit bericht als inlichting voor ons noodzakelijk achtte, blijkt daaruit dat wij inlichtingen vroegen omtrent onze houding tegenover verplicht lidmaatschap.

De brief van het N. A.-S., als antwoord op onze aanvrage om inlichtingen, vangt aldus aan:

„W. K. Het vraagstuk omtrent het Verplichte Lidmaatschap, waarover uwe Federatie in haar schrijven dd. 15 April 1913 aan ons bestuur om advies vraagt . . . ." ! «fesé

Duidelijker kan niet gemanifesteerd worden dat wij niet inlichtingen omtrent onze houding tegenover contracten, maar tegenover verplicht lidmaatschap vroegen.

Wat de brief verder bevat Iaat zien dat wij en het N. A.-S. principieel homogeen waren.

Wat het praktische standpunt van het N. A.-S. betreft, dit komt uit in het hoofdartikel van „De Arbeid" van 29 Oct. 1913. Daarin staat: „Ons standpunt is altijd geweest, hoe een warm hart wij den strijd der arbeiders zijn toegedaan, dat wij in een staking, die óók ging om invoering van het verplichte lidmaatschap, zouden blijven werken."

Ook in dit artikel is het verplichte lidmaatschap grondtoon, hetgeen al direct uit den titel „Geloofsdwang" blijkt.

Na de genoemde algemeene vergadering kondigden wij de besluiten dezer in syndicalistische en anarchistische bladen aldus aan:

„Verplicht lidmaatschap. — Zondag 21 Sept. j.1. hield de Fed. Bond van Werkers in de Grafische Vakken een algemeene vergadering om zijn houding te bepalen tegen het dreigende verplichte lidmaatschap van met

Sluiten