Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen gezien worden, komen nu enkele heel groote kunstenaars, die slechts éénmaal voor den film behoeven te acteeren. Daardoor blijft hun spel zelfs veel echter. En de filmopname heeft geen ander doel dan 'die eenige gebeurtenis te vereeuwigen en te vermenigvuldigen. Juist door de natuurgetrouwe opname stelt zij ons in staat, werkelijk er bij aanwezig te zijn."

Nu zitten er in deze redeneering, die men meer of minder volledig in gesprekken en in de literatuur telkens tegenkomt <— zij ligt dan ook voor de hand .— tal van onjuistheden. De eerste is reeds dat een tooneelspeler, als hij een stuk ééns speelt, het „natuurgetrouwer" kan doen dan wanneer hij zich jarenlang in die rol heeft ingedacht. De mémoires van groote tooneelspelers zouden wel anders leeren. In de tweede plaats zouden zij, die meenen ih het bioscoop-drama toch een stuk werkelijkheid te zien, n.1. de première en tegelijk onherroepelijk laatste voorstelling van een kunstwerk, vreemd opkijken als zij eens in die werkelijkheid werden verplaatst. Een kijkje, niet „achter de schermen , maar in de groote glazen ateliers waar de films vervaardigd worden, zou zeer desillusioneerend werken. Tegelijkertijd hebben naast elkaar verscheidene opnamen plaats, de verschillende scènes worden niet gespeeld in de volgorde waarin zij in 't stuk voorkomen, maar in de volgorde die door den opbouw der decoraties, de grime en costuums en het juist ter beschikking staan der verschillende spelers, bepaald is. De acteurs kennen bij het spelen zelfs niet altijd den inhoud van het geheele drama; maar de regisseur legt hun het tooneel, dat zij spelen moeten, uit en vertelt hun wat zij voor bewegingen moeten maken en welke uitdrukking zij moeten aannemen. ')

Dat daarbij van een zich werkelijk inleven in een kunstwerk om dit te vertolken, geen sprake kan zijn ligt voor de hand. En let wel, dit is niet maar toeval of degeneratie-verschijnsel. Het is inhaerent aan het groot-industrieele, fabriekmatige van de film. De verdeeling van arbeid moet in dit grootbedrijf precies zoo doorgevoerd worden als in de spelden-industrie, waar voor het maken van een speld tachtig werklieden samen moeten werken die elk een verschillend onderdeel maken en zich daartoe strikt moeten bepalen. En evenmin als onze groot-industrie terug te brengen zal zijn tot den vorm van het handwerk, waar één man een paar schoenen maakt, evenmin kan de film-fabricatie teruggebracht worden tot de technische vormen van het tooneel.

Maar hoe komt het dan dat zulk een ontstaanswijze, die volstrekt onpersoonlijk en dus onartistiek is, zich niet zoo duidelijk verraadt in den film die af is, dat ze ook den botsten toeschouwer opvalt en zichzelf onmogelijk maakt door haar minderwaardigheid? Daarmede komen wij, wat den acteur zelf betreft, aan de allergewichtigste reden waarom het film-drama geen kunstwerk kan zijn of ooit worden. De uitdrukkingswijze, die hem alleen ten dienste staat, laat het niet toe. Het is immers niet waar dat de film-voorstelling een werkelijk

') Zie beschouwingen van film-regisseurs als van Urban Gad, die ook als echtgenoot van de film-diva Asta Nielsen wel tot de „inner circle" van de bioscoop behoort, in zijn boek: Der Film, seine Mittel, seine Ziele. Berlin, z. j. (1920). Zie ook: Max Prels, Kino, Velhagen und Klasings Volksbücher No. 1-42, 1920.

10

Sluiten