is toegevoegd aan je favorieten.

Simeloengoen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

290

SIMELOENGOEN

een bepaald tarief wordt geheven. De opbrengst van de retributies — ook voor vergunningen aan anderen dan de inheemsche bevolking —, bedroeg.in de jaren 1915 en daarvóór nauwelijks ƒ 3000, doch steeg daarna voortdurend, totdat in 1921 rond ƒ 20.000 aan dat recht op de begrooting van inkomsten van het landschap kon worden geraamd. Door de enorme hoeveelheden hout, welke de cultures noodig hebben <— vooral de thee- en de vezelcultuur — zijn de bosschen tijdens de uitbreiding der cultures zeer gedund, voorzoover ze niet heelemaal werden weggekapt met het doel de gronden zelve te exploiteeren. De zich snel uitbreidende bevolking eischt eveneens voor huizenbouw en anderszins in de laatste jaren veel meer hout dan de inheemsche bevolking vóór de immigratie van Tobaneezen en Javanen ooit heeft noodig gehad.

Thans bestaat het geheele personeel voor het boschwezen in Simeloengoen uit een opziener, een leerling-opziener, drie mantri's en acht boschwachters.

In Bandar worden pogingen gedaan om te reboisseeren met djati. Hier is in het algemeen genomen, omzetting in cultuurbosschen noodzakelijk, daar de beste houtsoorten door de bevolking zijn weggekapt. De voortschrijdende kolonisatie en de irrigatie in deze streken komen in botsing met de belangen van het boschwezen. Vermoedelijk zullen terreinen, die thans voor de instandhouding van bosschen zijn aangewezen, in de naaste toekomst nog voor de kolonisatie in Bandar en Tanah Djawa beschikbaar gesteld moeten worden.

In 1913 werden in het boschterrein op den Dolok Singgalang proeven genomen om hier tot herbossching te geraken. Deze moesten echter al spoedig worden gestaakt. Thans komt men op die pogingen terug.