is toegevoegd aan uw favorieten.

Wat komen zal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O ja, zeker."

Hij schreef een paar regels, stak het papier in zijn zak, te onbenullig in zulk soort dingen om dit kleine bedrog naar den eisch vol te houden.

Toen stond hij op.

„Dank u vriendelijk," en zich wendend tot Trees: „zal je je kalm houden en goed eten, ik kom nog eens kijken naar 't kind. Dag juffrouw."

Trees gaf hem een hand met een gelukkig lachje.

Juffrouw Bes zei niets terug.

„Wat had hij, waarom ik weg moest?" begon ze dadelijk op bazigen toon, die Trees irriteerde.

„Niets bizonders," zei ze kort.

„Zoo, 'k moet zeggen, 't is een mooie manier, dat's nu de dank, als je je uitslooft voor 'n ander, als je zóó noodig een briefje moet schrijven, dat je 'r een oud mensch expres een trap voor afstuurt .— en je vergeet 't dan heelemaal te schrijven als je 't papier tusschen je vingers hebt ■— als hij me weg wou hebben, had hij wel duidelijker kunnen zijn, had hij tenminste mijn been en kunnen sparen -*» maar als je oud bent komt 't 'r niet meer op aan

Trees had medelijden; 't speet haar voor juffrouw Bes, ze had toch zoo goed voor alles gezorgd.

„Toe, wees nu niet boos, hij had immers wat te schrijven," — praatte ze, om de oude vrouw tevreden te stellen.

Maar die wilde van niets hooren.

„Ik zou maar een beetje oppassen, met de lievigheid van die dokter, 't wordt verdacht...." zinspeelde ze kwaadaardig.

Trees hield zich met geweld in. Vroeger zou ze zijn opgestoven in dolle drift, nu vermeed ze een scène, zich niet er tegen opgewassen voelend.

Na een poos zei ze alleen met nog bevende stem: „U weet best, dat 't niet waar is, wat u daar zegt."

87