is toegevoegd aan uw favorieten.

Wat komen zal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smartelijk van onbewuste, onvrijwillige eerlijkheid, onwillens alles weergevend wat haar innerlijk beroerde.

Een ontzaggelijk medelijden met haar, zoo groot, dat het hem bijna was als een physieke pijn, welde in hem op. En stil onder zijn verstandig praten door, streed hij er tegen, vocht hij er voortdurend mede, omdat hij niet wilde, niet wilde de verteedering, die ze in hem wekte — die hem langzaam te sterk werd.

„Je hebt toch zeker wel een moeder of zusters — of ben je daar niet goed mee ?"

Zij schokte gejaagd haar schouders op, met een snellen, driftigen blos tot onder haar haren.

Met geweld dwong hij zich zoo door te gaan.

„Ben je er goed mee ? Maar beste meid, waarom zit je dan hier zoo alleen ? Dat is dwaasheid, dat is slecht voor je, — waarom doe je dat kind niet bij je familie en zoekt zelf een betrekking

„Dan zou ik naar huis moeten, zooals mijn moeder me schreef."

„Hééft je moeder 't zelf gevraagd?" trok hij.

„Ze zei, dat ik thuis kon komen ...."

„Waarom doé je dat dan niet?"

„Dat zou u ook niet doen, als u zoo'n brief kreeg."

„Hoe 'n brief? Onhartelijk of zoo?"

„t Was geen brief van een moeder!" barstte ze driftig uit.

„En ze vroeg toch

„Ja — ja! Ze zei, dat ik thuis kon komen, ze zouden dan wel wat zien te vinden voor 't kind. Maar zóó wil ik niet thuiskomen."

„Jawel i— maar je kind is toch hoofdzaak voor je, nietwaar ?"

„Natuurlijk."

„Je denkt nu alleen maar aan je zelf," zei hij streng, trachtend in te werken op haar zwakke punt: 't kind. En al dien tijd streed hij tegen dat nieuwe gevoel,

110