is toegevoegd aan uw favorieten.

De afstammingsleer en de tegenwoordige stand der natuurwetenschap. Wijsgeerige gegevens voor het ontwikkelingsvraagstuk. Theologische inleiding op het evolutie-vraagstuk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ze feitelijk niet zullen gedwaald hebben. We redeneeren dan als volgt: ik sta tegenover achtenswaardige mannen, die oprecht de waarheid zoeken, zeker niet lichtvaardig oordeelen en in hun vak ten volle bekwaam zijn, daarom houd ik me overtuigd, dat hun inzicht het ware wezen zal. Een dergelijke geestesstemming is ook ten oprechte der Bijbel-Commissie redelijk en de Paus vraagt haar, als uiting van eerbied en gehoorzaamheid jegens een lichaam, dat zijn hulp-orgaan is, dat in zijnen naam en onder zijn toezicht uitspraken geeft. Niemand houdt die uitspraken voor onfeilbaar, niemand behoeft op grond van zulke uitspraken een volstrekte en onherroepelijke instemming te geven. Maar we kunnen redelijkerwijze zeggen en we behooren als kinderen der kerk uit godsdienstige gehoorzaamheid te zeggen: de uitspraak dezer door den Paus gestelde leeraren, met goedkeuring des Pausen openbaar gemaakt, zal zeker met volle zaakkennis, oprechte waarheidsliefde en groote voorzichtigheid geveld zijn, daarom zou ik het vermetel achten, althans in den tegenwoordigen stand van het vraagstuk anders te oordeelen. „Althans in den tegenwoordigen stand van het vraagstuk"; immers waar we te doen hebben met een niet-onfeilbare uitspraak, is het niet van zelf uitgesloten, dat nieuwe gegevens herziening van het eenmaal gevelde oordeel noodig maken. — Daarom heb ik ook boven gezegd, dat het, althans in den tegenwoordigen stand van het vraagstuk, ons katholieken niet geoorloofd is van den voor-de-hand liggenden zin der Schrift aangaande de vorming der eerste menschen af te wijken. En de aandachtige lezer begrijpt uit het bovenstaande, dat deze beperking niet wordt ingegeven door de verwachting of de vrees, dat wellicht in een min of meer verwijderde toekomst nieuwe gegevens een terugname of wijziging van het decreet noodig zullen maken, maar uitsluitend door het karakter van het decreet zelf, dat, als voortkomend van een ondergeschikte en niet onfeilbare auctoriteit, uiteraard voor wijziging vatbaar is.

3°. Overigens is het niet moeilijk in te zien, welke overwegingen de hoogwaardige Leden der Bijbel-Commissie tot hun besluit gevoerd hebben.

115