Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUD.

Blz.

Woord vooraf . . vi

Eenige literatuur "vu

Inhoud vin—xii

BOUWKUNST. § 1—51 Blz. 1—18

I. Algemeener gedeelte § 1—17 Blz. 1—7

§ 1. Gecompliceerde aard van de bouwkunst als

gebruikskunst; invloed van de techniek . 1 § 2. Het subjectieve element ook in de kunst . 1—2 § 3. Het subjectieve element in deze kunst . . 2 § 4. Vergelijking met beeldhouwkunst en muziek 2—3 § 5. Wisselwerking tusschen kunst en praktijk . 3 . § 6. Invloed van liet landschap, van het klimaat 3—4 § 7. De bouwkunst als symbolische kunst ... 4 § 8. Doch als symbolische kunst door de praktijk binnen zekere grenzen beperkt.... 4—5 § 9. Louterende invloed van de praktijk ... 5 § 10. Middelen, waardoor de bouwkunst tot ons

spreekt 5

§ 11. Het bouwwerk „leeft" door het leven van den beschouwer. Daardoor leven norm en

proportie ook voor ons 6

§ 12. Dientengevolge invloed van traditie en

historie 6

§ 13. Het kunstgenot berust op herkenning en

op zelfverrijking 6

§ 14. De proporties aanvankelijk van de praktijk

afhankelijk 6—7

§ 15. Daarnaast absoluut zuivere proportie . . 7 § 16. De Grieken gaven zoo mogelijk de voorkeur

aan de laatstgenoemde 7

§ 17. In verband daarmee staat de eenvoud van

de Grieksche bouwkunst 7

II. Bijzonder gedeelte § 18—51 Blz. 7—18

§ 18. De ontwikkeling van het Grieksche huis en

zijn versiering 7—8

§ 19. Oudste bouwmateriaal en zijn gevolgen . . 8

§ 20. Het onvolledig beeld aangevuld door den

tempel; de tempel een „woning" .... 8—9

§21. Eén oorspronkelijke type van „woning" . 9

Sluiten