Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

DE ABDIS VAN CASfïtO.

beletten van dat vrij belachelijke vooroordeel, dat men tijdens het leven van Mme de Sévigné de eer noemde, en dat voornamelijk daarin bestond, dat men zijn leven offerde om den meester te dienen, van wien men toevallig onderdaan

was en om de dames te behagen. In de zestiende eeuw

konden de daadkracht van een man en zijn werkelijke verdienste zich in Frankrijk niet anders toonen en bewondering wekken dan op het slagveld en in de duels; en daar vrouwen dapperheid en vooral vermetelheid beminnen, werden zij de opperste rechters van mannenwaarde.

Zoo ontstond de geest van „hoffelijkheid tegenover dames", die langzamerhand alle hartstochten en zelfs de liefde heeft te niet gedaan, ten voordeele van dien wreeden dwingeland, waaraan wij allen gehoorzamen: de ijdelheid. Koningen hebben de ijdelheid beschermd en zij hadden groot gelijk: vandaar de heerschappij van de lintjes.

In Italië onderscheidde een man zich door allerlei soorten van verdienste; door dégenstooten evenzeer als door ontdekkingen van oude handschriften: zooals Petrarca, de afgod van zijn tijd; en een vrouw uit dé 16e eeuw beminde een man, die geleerd was in het grieksch evenzeer en zoo niet meer dan zij een man bemind zou hebben, die beroemd was om zijn krijgsmansmoed.

Toen ontstonden hartstochten en ging het niet alleen om een hoffelijke gewoonte. Dat was het groote onderscheid tusschen Italië en Frankrijk, en daarom heeft Italië een Rafaël, een Titiaan, een Giorgione en een Correggio gekend, terwijl Frankrijk in de 16e eeuw alleen dappere kapiteins voortbracht, waarvan niemand nu meer de n^men weet, al heeft elk van hen een groot aantal vijanden verslagen.

Hoe het ook zij, de afschuwelijke en noodzakelijke wraakoefeningen der kleine italiaansehe tirannen van de middeleeuwen stemden de gevoelens van het volk gunstig voor de roovers. De boeren haatten de roovers, als zij paarden

Sluiten