is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrije uitingen van een schoolmeester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

onderwijzer is gedwongen zich geheel te geven en, terwijl hij aan veel gemoedsbeweging is blootgesteld, verbruikt hij onder zijn werk zeer veel meer kracht dan in 't algemeen de bureelbeambte. Het voortdurend in 't oog houden van talrijke leerlingen, gepaard met de noodzakelijkheid het leerplan af te werken, houdt den onderwijzer in een toestand van onafgebroken spanning. Hij moet altijd weer 't uitbarsten van toorn en ongeduld terughouden, altijd op zijn hoede zijn om iedere poging tot verstoring van de orde onmiddellijk te onderdrukken. Het is geen wonder, dat de afwisseling van de gemoedsbeweging, waaraan de onderwijzer steeds is blootgesteld, zijn zenuwstelsel vroeger of later in een toestand van prikkelbare zwakte brengt 1)". Verder: „Bij de noodzakelijkheid van een voortdurend gespannen opmerkzaamheid, van de onmogelijkheid zich onder de lesuren naar behoefte eenige minuten rust te gunnen, komt de aanzienlijke lichamelijke inspanning van 't voortdurend luide spreken 2). De£e onder alle omstandigheden in 't schoolonderwijs meer of minder naar voren tredende noodzakelijkheden eischen^neer van den onderwijzer naarmate 't aantal leerlingen in de klasse toeneemt. Hoe grooter dit getal, hoe moeilijker het hem wordt, zich te overtuigen, dat de leerstof werkelijk voldoende begrepen is. Met het getal leerlingen neemt de som van de gemoedsaandoeningen toe en wordt het zenuwstelsel meer geprikkeld. Het schijnt, dat met de factor van 't leerlingen-aantal nog niet behoorlijk rekening gehouden wordt, daar zeker niet overal onderscheid gemaakt wordt tusschen het aantal lesuren, dat de onderwijzer te geven heeft aan een groote of aan een kleine klasse, terwijl toch het eerste veel meer van hem eischt. Hoe vermoeiend en uitputtend het onderwijzen in volkrijke klassen is, weet hij stellig te beoordeelen, die als krachtig man zijn werkkring begonnen is en zich na twintig jaren van zulken arbeid, geheel uitgeput voelt 3)".

Verder nog: „Zeer in 't bijzonder wordt de gezondheid van den onderwijzer bedreigd door die ongelukkige kinderen, wier ouders niet met de school medewerken, maar deze zelfs, door hun kinderen

1) Blz. 719 van het Handbuch.

2) J. Ek voegt hierbij in voetnota: A. Mosso bewijst in zijn Die Ermüdung voor hoogleeraren, hoe zeer vermoeiend dit werkt; ja, hij heeft zelfs aangetoond, dat de vermoeiende werking van een voorlezing bij 'n klein getal hoorders geringer is dan bij 'n grooter. En dit geldt nu nog slechts 'n voorlezing!

3) Blz. 719—20 van het Handbuch.