is toegevoegd aan uw favorieten.

Tabakswet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 68

— 90 —

zonder in het bezit te zijn van de daarvoor vereischte bedrijfsvergunning, hij die tabak tot verbruik bereidt 'anders dan in de uitoefening van een bedrijf, waarvoor eene bedrijfsvergunning is verleend, alsmede hij, die hier te lande sigarettenpapier Vervaardigt, zonder Onze toestemming, wordt gestraft met geldboete van ten minste honderd en ten hoogste duizend gulden.

Indien bewezen is, dat ontduiking van accijns heeft plaats gehad, kan, in plaats van geldboete, gevangenisstraf van ten hoogste één jaar worden opgelegd.

Art. 68. Overtreding van artikel'loslaatste lid, artikel 16, laatste lid, de artikelen 19, 25, 28 of 44 wordt gestraft met eene geldboete van ten minste vijftig en ten hoogste driehonderd gulden.

Art. 69. Inslag of aflevering van de in artikel 18 bedoelde goederen in strijd mét de bepalingen van artikel 20, eerste of tweede lid, wordt gestraft met eene geldboete van ten minste honderd en ten hoogste duizend gulden, ten laste van hem in wiens pand de inslag geschiedt of van dengene die de goederen aflevert.

Dit artikel is aldus gewijzigd bij art. li der wet van 17 Februari 1922, S. 63.

Art. 70. Uitslag van tot verbruik bereide tabak in strijd met de bepalingen van artikel 29 of artikel 37; derde lid, wordt gestraft met eene geldboete van ten minste honderd en ten hoogste duizend gulden ten laste van den fabrikant of entrepositaris.

Art. 71. Overtreding van artikel 24 wordt gestraft met eene geldboete van ten