Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1

8

Zoo is het, dat Wij, den Baad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze :

HOOFDSTUK I.

Voorwerp, bedrag en verschuldigdheid der belasting.

Art. 1. Onder den naam van „dividend- en tantièmebelasting" wordt eene belasting geheven van de uitdeelingen.

betaalt „inkomstenbelasting". De aandeelhouder betaalt „inkomstenbelasting". Door die gelijkluidendheid der namen, wordt al te licht vergeten, dat wel de naam van beide belastingen in de bestaande regeling dezelfde is, maar zij in wezen niettemin totaal verschillen. Op de naamlooze vennootschap rust eene zakelijke, niet eene persoonlijke belasting."

Verscheiden artikelen zijn met de noodige wijzigingen overgenomen uit de wet op de Inkomstenbelasting 1914. Aangezien deze afkomst het oorspronkelijk ontwerp noodeloos omslachtig had gemaakt en ook op de redactie niet gunstig had gewerkt, is bij de M. v. A. alsnog een vereenvoudigd en herzien ontwerp gevoegd, waarvan de artikelen geheel andere nummers dragen dan in het oorspronkelijk ontwerp.

De bezwaren van algemeenen aard, die bij het afdeelingsonderzoek van het wetsontwerp gerezen zijn, betroffen vooral deze drie punten : Is het billijk en gewenscht, de naamlooze vennootschap aan eene belasting te onderwerpen ? Is het noodzakelijk en juist, de belasting op de naamlooze vennootschappen uit de wet op de Inkomstenbelasting 1914 te lichten ? Is de uitbreiding van het óbject der belasting tot winstuitdeelingen, die het karakter van tantièmes dragen, verdedigbaar ? - In het V. V. le Kamer spraken enkele leden zich uit vóór een anderen vorm der in deze wet behandelde heffing, n.1. als een ttu'jisJbelasting. Ofschoon ook de Minister blijkens zijne M. v. A. eene vennootschapsbelasting van de winst principieel beter achtte, oordeelde hij die wijze van heffing op praktische gronden te bezwaarlijk uitvoerbaar, omdat dan de vennootschappen niet vrijgelaten kunnen worden in het bepalen van afschrijving ën reserveering, en voortdurende inmenging van den fiscus in de administratie van het bedrijf onvermijdelijk wordt.

Sluiten