is toegevoegd aan uw favorieten.

Praeadviezen van de heeren Prof. Mr. Dr. A. v. Gijn, Dr. J. A. Nederbragt en J. v. d. Tempel, over de vraag: Moet het tegenwoordig stelsel van bijdragen ongewijzigd worden voortgezet? Zoo neen, welke regeling moet daarvoor in de plaats treden?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

zeker niet gedrukt en wat de arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen betreft, het is van algemeene bekendheid, dat de praktijken • van den particulieren bouwer grootelijks hebben bijgedragen tot het ontstaan van chaotische toestanden en wanverhoudingen in het bouwbedrijf, die allerminst regelmatige en economische productie bevorderen — toestanden en verhoudingen, waaronder thans ook de overheidsbouw te lijden heeft.

Zal men in de naaste toekomst komen tot den meest-economischen bouw, dan zal én ten opzichte van de materialenvoorziening én ten opzichte van de arbeidsverhoudingen krachtig moeten worden ingegrepen. Ten opzichte van het laatste punt is voor welslagen de medewerking der bouwvak-organisaties onontbeerlijk. Maar een en ander houdt met elkaar ten nauwste verband.

De Bouwer, het orgaan van den Algemeenen Nederlandschen Bouwarbeidersbond, schreef dezer dagen :

„Bij het debat over de werkloosheid in het bouwbedrijf verleden Wek in den Amsterdamschen Raad gevoerd, heeft Wethouder de Vlugt volgens het Handelsblad-verslag dit gezegd : „De regeling van den arbeid, van het uurloon, van het aangenomen werk is Rijkszaak."

Deze uiting heeft onze aandacht getrokken.

Reeds eerder was ons ter oore gekomen, dat in de Rijkscommissie voor de Bouwbedrijven stemmen zijn opgegaan om voortaan de arbeidsloonen voor de bouwvakarbeiders door de Rijksoverheid te doen vaststellen.

Nu komt wethouder de Vlugt en brengt deze opvatting in het openbaar.

Wij weten niet waar achter de coulissen heen gestuurd wordt, doch wenschen twee dingen op te merken en wel, dat wij het tot stand komen van een goed uurloon-, tariefloon- en aangenomen werk-regeling, zoo deze tot stand zou zijn te brengen, zouden toejuichen, onverschillig of deze regeling met de rijksoverheid dan wel met de patroons-organisaties zou worden getroffen.

Doch daarnaast wenschen wij dit nadrukkelijk vast te stellen, zoo het in de bedoeling ligt van onverschillig welken persoon, rijkscommissie of regeering, de loonen voor de bouwvakarbeiders op een bepaalde hoogte bindend vast te leggen en daarbij aan aannemers, onder-aannemers en bouwmaterialen-leveranciers de vrije hand gelaten wordt hunne winsten tot onbeperkte hoogte op te voeren, wij ons met hand en tand tegen een dergelijke eenzijdige regeling vam het bouwvraagstuk zullen verzetten en zullen blijven verzetten. Ook als zij ooit mocht worden ingevoerd.

Dat is duidelijk. De tegenstelling tot het zoeken naar del oplossing van het woningvraagstuk door herstel der „vrijheid"