is toegevoegd aan uw favorieten.

De ridder Knol

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar dan gretig. „Om u de waarheid te zeggen, dol

graag want ik kan geen voet verzetten maar,

u heeft geen plaats," vervolgde hij.

Ze lachte, knipte 't portier los, stapte uit. • Ja.... ja.... Piet....! Vlug wat!"

De groom wipte uit den wagen, trad naderbij.

Jaantje stond er heel slank en gracieus in haar lange automantel met beverbont afgezet, en ze gaf haar bevelen op een leuken beslisten toon, die toch niet snauwerig was.

„Zoo als u nu op mij steunt o ik ben sterk

genoeg juist, zoo dan gaat u op Piet z'n plaats

zitten Piet, en jij kruipt in de „spider" en je legt

de fiets van meneer voor je en je houdt hem goed vast, hoor meneer zal dan de boeken wel willen vasthouden "

Het jongemensch gehoorzaamde met een glimlach: hij legde zijn hand voorzichtig op haar schouder, durfde niet te leunen, maar ze greep hem krachtig onder zijn arm en zoo hinkte hij in een paar sprongen naar den wagen.

Even later zat hij en een zucht van verlichting ontsnapte hem.

„Daar bekomt u van, hè?" sprak ze blij en lachend.

Hij knikte en volgde met aandacht haar bewegingen; hoe ze zonder merkbare inspanning de gebroken fiets op het achtereind van den wagen legde, waar de groom een luikje had weggeschoven, waaronder een bankje nog een, wat primitieve, plaats bood voor een tweeden passagier.

„Zoo.... gaat het zoo? Als je niet houen kan,

waarschuwen hoor !"