is toegevoegd aan uw favorieten.

Horatius' Oden en epoden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

CARMINVM

[xin.

XIII.

O fons Bandusiae, splendidior vitro, Dulci digne mero non sine floribus, Cras donaberis haedo,

Cui frons turgida cornibus

6 Primis et venerem et proelia destinat.

Frustra: nam gelidos infieiet tibi Rubro sanguine rivos Laseivi suboles gregis.

Te flagrantis atrox hora Caniculae Nescit tangere, tu frigus amabile Fessis vomere tauns Praebes et pecori vago.

Fies nobilium tu quoque fontium, Me dicente cavis inpositam ilicem 16 Saxis, unde loquaces

Lymphae desiliunt tuae.

XIIII.

Herculis ritu modo dictus, o plebs, Morte venalem petiisse laurum Caesar Hispana repetit penates Victor ab ora.

XIII. Aan mijne bron! — 2 + 8 Strophen. — Metrnm VI. —

1. Banduna was de naam van eene bron D<j Vennsia. maar hier bedoelt

HZ'eU f Sr-KT^1' SabiDa' aM Welke hfj deu nasm ™» •«•»■ gemelde gaf. _ 8. Bfl het bronnenfeest (fonttnalia, 18 Oet.), hier bedoeld werden wijn en kransen in het water geworpen en bokjes geslacht. — O.

' ?' \l7 r18- n0biUum f0ntium! "oals Ar.thn«, Castalfa Dirce, Hippocrene. — IS. loquaces, klaterend. —

oJPy- AueruBtna' terugkeer (24 voor Chr.). — (1 4- 2) 4- 1 4- 8

Strophen. — Metrum II. ' ' ■ ■

8. morle: Augustus was, gedurende den laatsten tijd van zija verblijf in Spanje zwaar ziek geweest - 8. Caesar, ad I, 6, U. - penates, vgl. ad li, 4, 1». — Htspanat na driejarige afwezigheid keerde Augustus, na geein-